Vitamine D en de zon

Vitamine D en de zon

In de historie van de mens is de zon altijd een bron van weldaad geweest, betrokken bij preventie en behandeling van ziektes. Hoewel de zon tegenwoordig in verband wordt gebracht met huidkanker is het duidelijk dat te weinig zon op onze huid tot grote tekorten aan o.a. vitamine-D kan leiden. Daardoor staan we eerder bloot aan borst-, dikke darm-, prostaatkanker, hoge bloeddruk en auto-immuunziekten.


Inhoud


 “Het risico om te overlijden aan kanker door een vitamine-D tekort is 15 maal groter dan te sterven aan huidkanker veroorzaakt door zonlicht.”

De Evenaar

Er is weinig bekend over vitamine-D, wanneer het voor het eerst op aarde voorkwam en wat de functie was. Wel is bekend dat enkele vroege phytoplankton-soorten ergosterol (previtamine-D2) produceerden. Tot deze phytoplankton behoorde Emiliania huxlei die zo’n 750 miljoen jaar in de oceanen verbleef en calcium gebruikte voor zijn structuur.

De eerste mensen leefden rond de evenaar waar het hele jaar door volop zonlicht is. Ze ontwikkelden een donkere melaninerijke huid die hen beschermde tegen verbranding door de zon. Zo’n 80.000 jaar geleden verplaatste de woon- en leefomgeving voor grote groepen mensen zich verder weg van de evenaar. De huid werd minder gepigmenteerd en er werd minder vitamine-D op de huid geproduceerd. Hoe noordelijker men kwam hoe minder zon er was. Dit heeft negatieve gevolgen voor de aanmaak van voldoende vitamine-D. Eskimo’s en Scandinaviërs konden toch worden voorzien van beperkte hoeveelheid vitamine-D door het eten van vis. Zo kunnen zij toch leven in dit klimaat. In landen ver van de evenaar, zoals Nederland, is het onmogelijk om in de periode van oktober tot maart via de huid vitamine-D aan te maken.

Terug naar begin

Vitamine-D, Calcidiol en Calcitriol

Vitamine-D is uniek onder vitamines:

  • Het komt maar in kleine hoeveelheden en in heel weinig voedingsmiddelen voor: vis, ei, lever en melk.
  • Het kan in het lichaam gevormd worden na blootstelling aan de zon (UVB straling).
  • Vitamine-D is eigenlijk meer een prohormoon dan een vitamine. Het wordt net als andere steroïdhormonen uit cholesterol (7-hydroxycholesterol) gevormd.

Er zijn zo’n 10 sterolcomponenten met vitamine-D activiteit geïsoleerd waarvan er 2 echt belangrijk zijn: vitamine-D2 (calciferol) en vitamine-D3 (cholecalciferol). Deze worden geproduceerd door ultraviolette straling van de zon en en door 7-hydrocholesterol. Vitamine-D2 wordt in planten gevonden en vitamine-D3 in de huid en in visleverolie.

Als de huid wordt blootgesteld aan de zon ondergaat een gedeelte van de opgeslagen 7-hydroxycholesterol een fotochemische reactie in de epidermis en dermis van de huid en vormt zich previtamine-D3. Deze ondergaat een langzame (3 dagen), temperatuur afhankelijke omzetting naar vitamine-D3. Vervolgens transporteren de vitamine-D bindende eiwitten dit naar het bloed en de circulatie. Cholecalciferol van voeding of van de huid wordt dan door een globuline naar de lever getransporteerd waar het wordt omgezet naar 25-hydroxycholecalciferol (25-(OH)) D3. Vanuit de lever wordt deze substantie getransporteerd naar de nieren waar het wordt omgezet naar 1.25-(OH)2 D3, de meest actieve vorm.

Calcidiol (25(OH)) heeft een langere serum halfwaarde tijd dan calcitriol (1.25 OH). Calcitriol is een lid van de nuclear steroid hormoonreceptor familie. Tot deze familie van gen regulerende DNA eiwitten behoren o.a. ook oestrogeen, progesteron, cortisol en thyroxine.

De biologische actieve vorm van vitamine-D calcitriol kan bepaalde genen ‘aan’ zetten zodat ze eiwitten gaan produceren waarvoor ze coderen. Deze eiwitten kunnen lokaal of door het gehele lichaam fysiologische effecten hebben. Calcitriol regelt meer dan 1000 verschillende genen in minstens 12 weefsel- en celtypen verspreidt over het hele lichaam via de VDR (Vitamine-D Receptor).

Bij de volgende organen en cellen is de werking van calcitriol vastgesteld: alvleesklier, bijschildklier, bot, borsten, darmen, hersenen, immuuncellen, lever, nieren, prostaat, vetweefsel, zenuwen, keratinocyten in de huid.

Terug naar begin

Zonlicht, vitamine-D en de huid

Tijdens sterk zonlicht wordt melanine in de huid geproduceerd; de basis van het bruinen van de huid. Melanine werkt als natuurlijke zonbescherming en bepaalt hoeveel ultraviolette straling de diepe lagen van de huid bereiken. De in de donkere huid gevormde of reeds aanwezige melanine beperkt de hoeveelheid geproduceerde vitamine-D. Dus hoe meer we zonnen, des te meer melanine wordt aangemaakt, des te minder vitamine-D wordt aangemaakt. Dit laat zien dat het heel moeilijk is door zonlicht een teveel aan vitamine-D binnen te krijgen.

Er lijkt een positief verband te bestaan tussen het voorkomen van ziektes en het als foetus, baby of kind blootstaan aan zonlicht.

Zonlicht vergroot ook het zuurstofgehalte in het bloed en de capaciteit om zuurstof aan de weefsels te leveren; op dezelfde manier als regelmatige beweging doet. Evenzo wordt de hoeveelheid insuline die nodig is om de bloedsuiker te regelen kan sterk variabel onder invloed van sterk zonlicht.

Tussen november en februari bereikt slechts zeer weinig UV-B straling boven de 37e breedtegraad de aarde, Nederland bevindt zich op de 52ste breedtegraad. Ook de omgeving waarin je je bevindt beïnvloed sterk de intensiteit van ultra violette straling op de huid. Verse sneeuw reflecteert 85% van de UVB straling, oude sneeuw 50%. Andere voorbeelden van reflectie zijn:

  • Droog wit zand (bv strand)  17%
  • Nat wit zand                         9%
  • Gras                                     2-3%
  • Water                                   5%

Ook bouwmaterialen en gladde oppervlakken kunnen tot 50% van de UVB straling reflecteren. Op de grond rond de evenaar is UVB straling ongeveer 4 maal sterker dan in de poolgebieden. De hoeveelheid ultraviolette straling die het aardoppervlak bereikt hangt af van stof, waas en waterdamp in de atmosfeer.

UVB straling met de juiste golflengte om vitamine-D op de huid te vormen is in Nederland alleen aanwezig op grond niveau tussen 9.00 en 15.00 uur van april tot september.

De hoeveelheid UVB is niet overal en altijd gelijk, net zo min als de aanmaak van vitamine-D. Deze aanmaak wordt beïnvloed door een aantal factoren zoals:

  • Geografische breedtegraad: hoe noordelijker, hoe minder UVB straling.
  • De seizoenen: in de winter wordt in Nederland weinig of geen vitamine-D door  de huid aangemaakt.
  • Huidpigmentatie: een donkere huid heeft meer UVB nodig.
  • Hoogte: hoe hoger je bent (b.v.bergen) des te meer UVB.
  • Gebruik zonnebrandcrème gaat de vorming en opname tegen.
  • Kleding: hoe meer het lichaam bedekt is des te minder UVB.
  • Leeftijd: hoe ouder je bent hoe meer UVB je nodig hebt.
  • Luchtvervuiling, smog en ozon kunnen UVB blokkeren.
  • Cholesterol-verlagende medicatie: voldoende cholesterol is nodig om vitamine-D te vormen.

Terug naar begin

Huidkanker

Sinds midden 70-er jaren is er een sterkte toename van melanomen (huidkanker). Het wordt sindsdien aanbevolen om uit de zon te blijven en chemische zonbeschermingsmiddelen met zonfactor te gebruiken om het risico hierop te verminderen. Ondanks de aanbevelingen en het gebruik van zonnebrandcreme is het aantal mensen dat door melanoma overlijdt blijven stijgen. De meeste zonbeschermingsmiddelen blokkeren UV-B straling maar niet UV-A straling dat zo´n 90-95% is van de ultra violette energie in het zonnesysteem. Er zijn duidelijke aanwijzingen dat melanomen en basaalcelkankers veroorzaakt kunnen worden door zonnestraling anders dan UV-B.

Er is geen bewijs voor het feit dat de zon melanoom veroorzaakt of zonbeschermingsmiddelen het voorkomen. Mensen die binnen werken hebben een grotere kans op de ziekte dan mensen die buiten werken. Ook ontstaan melanoma op delen van het lichaam die minder aan de zon bloot staan, zoals borst en benen.

In Europa komen melanoma meer voor op de noordelijke breedtegraad waar beduidend minder zon is. Mensen die altijd in de zon leven hebben beduidend minder kans om de ziekte te ontwikkelen. Tekort aan zonlicht zorgt ongetwijfeld voor veel meer ziektes en overlijden dan een véél zonlicht.
In dat geval zijn zonbeschermingscremes niet alleen ineffectief tegen kanker, ze stimuleren juist ziektes omdat ze de opname van vitamine-D via de huid tegen gaan.

Terug naar begin

Vitamine-D lijkt cellen in een permanente, niet proleratieve staat te zetten

Immuniteit

Er is voldoende vitamine-D nodig om het aangeboren immuunsysteem goed te laten functioneren op een aanval van microben. Voldoende vitamine-D zorgt ervoor dat dit gedeelte van het immuunsysteem wordt ‘aangezet’ en de binnendringers geëlimineerd kunnen worden.In het andere gedeelte van het immuunsysteem, het deel dat zich aanpast, zorgt vitamine-D ervoor dat er geen autoimmuun of overreactie plaatsvindt en er ontstekingsvermindering ontstaat.

De immuunrespons van het lichaam werkt balancerend. Aan de ene kant is er een directe reactie op indringers als virussen, bacteriën e.d. Aan de andere kant mag geen overreactie ontstaan waardoor ons eigen lichaam wordt aangevallen. De zon en Vitamine-D spelen bij beiden een cruciale rol.

Terug naar begin

Vitamine-D en ziekten

Een van de eerste artsen die een verband heeft gelegd tussen de hoeveelheid zonlicht en het risico van ziekte was dr. Frank Apperly. Rond 1940 observeerde hij personen die in een zonnig klimaat woonden. Hij stelde vast dat deze mensen een lager risico op verschillende soorten kankers hadden dan zij die woonden in gebieden waar minder zon is. Hij analyseerde de kankerstatistieken van steden in Noord Amerika en Canada. Vergeleken met steden die tussen de 10e en 30e breedtegraad liggen hadden steden gelegen tussen de 30e en 40e breedtegraad gemiddeld 85% meer inwoners waarvan de oorzaak van overlijden kanker was. Tussen de 40e en 50e breedtegraad is dat 118% en voor steden tussen de 50e en 60e breedtegraad zelfs 150%.

Terug naar begin

Multiple Sclerose

Multiple Sclerose komt weinig of niet voor rond de evenaar. Ook in Zwitserland komt in de hoog gelegen gebieden minder M.S. voor dan de lager gelegen delen. Zo zien we in Noorwegen langs de kust, waar meer vis (vitamine-D) wordt gegeten een lagere incidentie van M.S. dan in het binnenland.
Veel autoimmuunziektes waaronder M.S. laten tijdens zwangerschap een reductie in activiteit zien en na bevalling een sterkte toename. Naast oestrogeen en progesteron, die sterk naar beneden gaan na de bevalling, lijkt calcitriol ook een rol te spelen. Het calcitriol niveau verhoogt tijdens het eerste trimester van de zwangerschap, piekt gedurende het derde trimester en valt naar beneden na de bevalling.

Een studie onder 143 vrouwen met rheumatoide artritis laat zien dat het calcium niveau normaal was maar dat het vitamine-D niveau bij de meeste patiënten beduidend te laag was.

Terug naar begin

Eierstokkanker

Eierstokkanker komt in noordelijke gebieden als Noord Amerika en Noord Europa beduidend meer voor dan in het zuiden van Amerika en Zuid-Europa. Vrouwen tussen 45 en 54 jaar hadden in het noorden 5 maal meer eierstokkanker waaraan ze overleden dan in het zuiden. Ook borstkanker en dikke darmkanker laten eenzelfde patroon zien. De enige uitzondering is Japan dat iets noordelijker gelegen is maar een zeer lage incidentie heeft van deze vormen van kanker. Een mogelijke reden hiervoor kan zijn dat de inname van vitamine-D door een hogere visconsumptie 10 maal hoger is dan in Amerika of Engeland. Ook de inname van jodium is beduidend hoger.

Terug naar begin

Borst- en prostaatkanker

Een studie uit 1990 geeft aan dat vrouwen in het noordoosten van Amerika 2 maal meer aan borstkanker leiden dan vrouwen uit het zonnige zuidwesten van Amerika. Ten aanzien van mannen met een donkere huid en de relatie met prostaatkanker is hetzelfde waargenomen. Deze ziekte komt in het Noorden van Amerika beduidend meer voor dan in het zuiden. Een in 1992 in het tijdschrift Preventive Medicine gepubliceerd epidemiologisch onderzoek betrekking hebbend over een periode van 50 jaar geeft aan dat, wanneer we langer in de zon verblijven, dit 30.000 sterftegevallen als gevolg van borst en prostaatkanker kan voorkomen.

Borst en dikke darmkanker in relatie tot de breedtegraad waar men leeft:

 Doden per 100.000 inwoners
 Breedtegraad  Borst  Dikke darm
 Noord-Ierland 54  26,9  16,4
 Ierland 53  25,7 16,6
 Engeland/Wales 52  29 15,3
 Nederland 52 25,8 14,7
 Duitsland 51 21,9 16,5
 België 50 25,6 15,5
 Oostenrijk 47 22 15,2
 Frankrijk 46 19 11,2
 Canada 45 23,5 13,5
 New Hempshire USA 43 25 11,5
 Italië 42 20,4 10,5
 Spanje 40 15 7,8
 Griekenland 39 15,1 5,2
 Japan 36 5,8 9,3
 Australië 33 20,5 15,8
 Israel 31 22,5 11,8
 Florida USA 28 20,9 9,9
 Mexico 23 6,3 2,7
 Hawaï USA 20 15 8,5
 Guatamala 15 2,3 0,5

Japan springt hier wederom positief uit. Dit wordt verklaard door de hoge vis- en zeevoedselconsumptie aldaar.

Vitamine-D remt de celdeling en stimuleert de differentiatie in de cellen die vitamine-D receptoren bevatten

Onderzoeken laten ook een lineaire relatie zien tussen bloeddrukverhoging en de afstand tot de evenaar. Hoe verder men van de evenaar woont, hoe hoger de bloeddruk. De onderzoeken geven ook aan dat geografische en seizoensvariaties in de bloeddruk gerelateerd zijn aan het zonlicht.Een overzichtsartikel in de New England Journal of Medicine uit 2007 geeft aan dat 40 tot 100% van de ouderen in Amerika en Europa te weinig vitamine-D in hun lichaam hebben. Ook wordt hierin aangegeven dat kinderen en jong volwassenen die 400 i.e. extra toegevoegd krijgen via voeding of supplementen vaak toch nog een tekort aan vitamine-D hebben.De auteurs van het artikel laten zien dat veel hogere dosis van vitamine-D nodig zijn en dat de hoeveelheid vitamine-D (calcidol) in het bloed de ziektereductie bepaalt, meer dan de hoeveelheid die wordt geslikt. Genoemde auteurs hebben de hoeveelheid van de verschillende ziektes waarbij de vitamine-D status een rol speelt berekend en kwamen tot de volgende conclusies:

  •  78% vermindering in Diabetes type 1 bij kinderen wanneer deze 2000 i.e./dag zouden innemen gedurende het eerste levensjaar.
  • 200% verhoging in Diabetes type 1 met bij vitamine-D tekort.
  • 33% reductie in Diabetes type 2 wanneer men 800 i.e./dag (eventueel met calcium) zouden nemen.
  • 72% reductie in het aantal valpartijen van ouderen door hogere dosis vitamine-D.
  • 30-50% meer vormen van kanker bij mensen met vitamine-D tekort.
  • 42% reductie van Multiple Sclerose bij vrouwen die meer dan 400 i.e./dag extra vitamine-D innemen.

Verder geven de auteurs een flinke toename aan van de volgende ziektes bij een niet optimale vitamine-D status:
autoimmuunziekten, osteoarthritis, depressie, doge bloeddruk, longziekten, schizofrenie en hart- en vaatziekten.

In de American Journal of Clinical Nutrition wordt aangegeven dat het publiek nog steeds misleid wordt door de adviezen van de overheid: 200 i.e./dag voor kinderen, 400 i.e./dag voor 51-70 jarige en 600 i.e./dag voor mensen boven de 70 jaar.
Deze waarden zijn reeds langere tijd achterhaald waardoor de auteurs er bij de overheid op aandringen dit naar boven bij te stellen.

Terug naar begin

Influenza

Influenza infecties komen voornamelijk voor in de winter wanneer in Nederland het vitamine-D niveau bij mensen het laagst is. Mensen die in de winter extra vitamine-D suppleerden waren in onderzoek beduidend beter beschermd tegen influenza dan mensen die dit niet deden.

Gevaarlijke griepvirussen stimuleren witte bloedcellen om de ontstekingcytokinen te produceren die geassocieerd worden met griep. Vitamine-D verhoogt de antimicrobiële peptiden die het organisme beschermen tegen infectie veroorzakende microben enoge bloeddrukHoofpijn virussen. Ook moduleert vitamine-D de activiteit van macrofagen.

Vitamine-D vermindert de genen die IL-2 (interleukine2) en interferon gamma produceren; twee cytokines die macrofagen en cytotoxische T cellen aanzetten het lichaamseigen weefsel aan te vallen. Er zijn aanwijzingen dat ernstige ontstekingsreacties door virussen in bijvoorbeeld de longen (griep) niet veroorzaakt worden door het virus maar door macrofagen die de epithele cellen van de longen aanvallen en daar ontstekingen veroorzaken; een z.g.n. autoimmuuntraject.

Ook infecties van de luchtwegen, in het bijzonder bij kinderen, kunnen gerelateerd zijn aan een vitamine-D tekort. Verschillende onderzoeken o.a. in Nederland, Rusland en bij Afrikaanse vrouwen, geven aan dat vitamine-D uit alle bronnen (zonlicht, supplementen, zonlampen) een sterke verbetering van luchtweginfecties en influenza laat zien.

Vitamine-D is een immuunmodulatiehormoon

Terug naar begin

Hersenen

Zonlicht en vitamine-D hebben ook een duidelijke invloed op onze hersenen. Zo bevorderen zonlicht en vitamine-D de aanmaak van dopamine, endorfinen en sertonine. Er zijn aanwijzingen dat mentale klachten als depressie, autisme en schizofrenie te maken kunnen hebben met en vitamine-D tekort.

De volgende symptomen en ziektes kunnen te maken hebben met een tekort aan vitamine-D:

Symptomen

  • Vermoeidheid
  • Gewrichtspijn
  • Spierzwakte, krampen of pijn
  • Chronische pijn
  • Ongecontroleerde gewichtstoename
  • Hoofdpijn
  • Rusteloze slaap
  • Darmproblemen
  • Blaas en urineproblemen
  • Slechte concentratie en herinnering
  • Tandvleesproblemen
  •  Luchtweginfecties

Ziekten

  • Fibromyalgie
  • Ziekte van Parkinson en Alzheimer
  • Osteoporose
  • Artritis
  • Overgewicht
  • Diabetes
  • Depressie
  • Hart en vaatziekten
  • Autoimmuunziekten
  • Kanker
  • Metabolisch syndroom

Voordelen van zonlicht en vitamine-D

  • Botten:             voorkomt osteoporose, osteomalacie en rickets
  • Cellulair:           voorkomt verschillende kankers
  • Organen:          voorkomt hartziekten en beroerte
  • Autoimmuun:   voorkomt verschillende autoimmuunziekten
  • Mentaal:           verbetert het gevoel van ‘goed voelen’ en slaap

Ouderen, overgewicht, stress en vitamine-D

Vitamine-D tekort komt veel voor bij ouderen door verschillende risicofactoren:

  • verminderd bloot staan aan zonlicht
  • verminderde inname met voeding
  • verminderde huiddikte
  • verminderde opname via de darmen
  • verminderde hydroxylatie in lever en nieren

Uit verschillende studies komt naar voren dat bij oudere inwoners van Nederland, Engeland, Denemarken, Ierland, Zwitserland, Frankrijk en Spanje het vitamine-D niveau laag is. Van de mannen had daar 36 procent, en van de vrouwen 47% een vitamine-D niveau lager dan 30 nmol/1. Een 70-jarige maakt bij dezelfde hoeveelheid zonlicht slechts 25% vitamine-D aan van een 20 jarige.

Een ander onderzoek uit 2006 laat een duidelijke beter slaappatroon bij ouderen in bejaardenhuizen zien wanneer deze overdag voldoende zonlicht krijgen.

Vitamine-D wordt opgeslagen in lichaamsvet om dit in de winter, als er geen zonsterkte is, vrij te maken. Dit proces is beduidend minder efficiënt bij dikke mensen omdat het lichaam bij hen vitamine-D in de vetcellen probeert vast te houden. Mensen met obesitas hebben waarschijnlijk daardoor een lager vitamine-D serum niveau in het bloed. Meer lichaamsvet en minder buitenshuis verblijven worden geassocieerd met een lager Vitamine-D niveau.
Ook stressfactoren kunnen een negatieve invloed hebben op de opname van vitamine-D, evenals het gebruik van medicijnen als prednison en corticosteroïden.

Terug naar begin

Risicofactoren voor een vitamine-D tekort

  • Leeftijd: Als je ouder bent is het moeilijker vitamine-D uit zonlicht te maken.
  • Levensstijl: Als je veel binnen bent krijg je minder zonlicht en wordt minder vitamine-D aangemaakt.
  • Geografische locatie: Als je leeft op een plek met lange winters (noordelijk halfrond) krijg je het hele jaar te weinig zonlicht.
  • Ras: Voor mensen met een donkere huid, in het bijzonder van Afrikaanse afkomst, is het lastiger vitamine-D aan te maken wanneer ze niet rond de evenaar wonen. (hun voorouders leefden rond de evenaar waar het hele jaar door de zon schijnt).
  • Cultuur: Bepaalde culturen willen dat vrouwen hun lichaam in het geheel bedekken met kleding, waardoor de zonnestralen de huid niet bereiken.
  • Vet malabsorptie syndromen: Bij deze mensen is de vetopname gestoord. Bijbehorende ziekten zijn o.a.: ziekte van Crohn, Cystic Fibrose, leverziekten, alvleesklier-enzym tekort.
  • Nierziekten: Ernstige nierziekten kunnen de omzetting van calcidiol naar calcitriol tegengaan.
  • Leverziekte: Vermindert de productie van calcidiol en maakt het moeilijk om vitamine-D vanuit de darmen op te nemen.
  • Epilepsie: langdurig gebruik van medicijnen tegen epilepsie als phenytain en phenobarbital kunnen de productie van calcidiol in de lever tegengaan.

Terug naar begin

Aanbevelingen vitamine-D

Om de aanbeveling van vitamine-D te begrijpen is het belangrijk te constateren dat om verschillende aandoeningen te voorkomen de bloedwaardes van cacidiol verschillend kunnen zijn. Zo is bij kinderen calcidiol boven 8 ng/ml voldoende om rachitis te voorkomen. Bij volwassenen worden bijschildklierhormonen boven 20 ng/ml calcidiol op niveau gehouden. Ook is er minimaal niveau nodig van 34 ng/ml voor een goede intestinale absorptie van calcium.
Echter om de genen regulerende voordelen van vitamine-D te benutten zoals bij autoimmuniteit en kanker moeten de waardes beduidend hoger zijn.

Bloedwaarden vitamine-D(calcidiol):

  • Zeer Laag:      < 40 nmol/L
  • Laag:               40-70 nmol/L
  • Normaal:         70- 150 nmol/L

Vitamine-D heeft een samenwerkingverband met vitamine-A, schildklierhormoon, groeihormoon en omega 3 (DHA).

Om Vitamine-D goed te laten werken is er voldoende magnesium, vitamine-K en zink nodig. Teveel vitamine-A werkt vitamine-D echter tegen.

Kabeljauwleverolie heeft een redelijke hoeveelheid vitamine-D maar bevat daarnaast een hoge dosis viamine-A die de werking van vitamine-D tegengaat. In het algemeen wordt kabeljauwleverolie niet geadviseerd als bron van hogere doseringen vitamine-D.
De opslag van vitamine-D in het lichaam is beduidend lager dan die van vitamine-A.

Verschillende onderzoeken laten zien dat vitamine-D een hogere toxiteitsgrens heeft dan vroeger werd aangenomen. Het is niet duidelijk waar deze werkelijk ligt. Wel weten we dat onderzoeken waar gedurende langere tijd tot 10.000 i.e./dag wordt ingenomen, geen intoxicatie verschijnselen vertoond worden.

Suppletie van vitamine-D is verantwoord zolang er geen lever, nierziekte of sarcoidosis aan de orde is en wanneer het lichaam voldoende calcium en fosfor bevat. Dit laatste omdat vitamine-D ook de opname van cadmium, aluminium, lood en strontium kan bevorderen.

Terug naar begin

Advies

Preventief tot 1000 i.e. het hele jaar door voor iedereen in Nederland.

De volgende groepen kunnen in het bijzonder van oktober tot april extra hoeveelheden gebruiken, bijvoorbeeld 2 x daags 1 tablet D-600:

  • Mensen boven 50 jaar
  • Mensen met een donkere huidskleur
  • Mensen welke weinig buiten komen
  • Vrouwen die een sluier dragen
  • Vrouwen die zwanger zijn of borstvoeding geven
  • Kinderen tot 4 jaar
  • Mensen met beduidend overgewicht

Hoeveelheden tot 5000 i.e. kunnen gebruikt worden bij chronische ziektebeelden,afhankelijk van de hoeveelheid calcidiol in het bloed.

Terug naar begin