Testosteron, een 3-koppig hormoon

 

Testosteron, een 3-koppig hormoon

Testosteron is het belangrijkste hormoon uit de androgenen groep en komt voor in zoogdieren, reptielen, vogels en andere gewervelde dieren. Vissen maken een iets andere vorm van testosteron, namelijk 11-ketotestosteron en bij insecten is dit ecdysone. Deze veel voorkomende steroïdhormonen laten zien dat ze een lange evolutionaire historie hebben.


Inhoud


Testosteron wordt gezien als het mannelijk of masculiniserend hormoon. Ook vrouwen produceren testosteron maar gemiddeld in kleinere hoeveelheden. Bij de man is de testes de voornaamste producent van testosteron zo’n 95% het restant 5% wordt in de bijnieren geproduceerd. Bij de vrouw zijn de bijnieren de grootste producent, later in het leven is de productie van bijnieren en eierstokken ongeveer gelijk.

Echter androgenen als testosteron zijn ook de voorstof van de feminiserende (vrouwelijke) oestrogenen.
De werking van testosteron op het lichaam kan zich op 3 manieren voordoen via:

  • Dihydrotestosteron (DHT)
  • Oestradiol
  • Testosteron

Androgenen en oestrogenen

Tot de androgenen behoren: Tot de oestrogenen behoren
Testosteron Oestradiol
DiHydrotestosteron (DHT) Oestron
Androstenedion Oestriol
Androstenediol
DHEA

Testosteron en DHT zijn de belangrijkste androgenen. Androstenedion, Androstendiol en DHEA zijn min of meer pro-androgenen omdat ze eerst omgezet moeten worden naar testosteron om androgeen receptoren te activeren. Testosteron wordt via de bloedstroom omgezet in oestradiol of DHT en verder afgebroken, de halfwaarde tijd van testosteron is 20 minuten. Zo’n 98% van testosteron is gebonden aan eiwitten. Zwak gebonden aan albumine en de rest sterk gebonden aan SHBG(Steroïd Hormone Binding Globulin). SHBG  wordt  voornamelijk geproduceerd in de lever.

De term androgeen refereert aan hormonen welke de specifieke mannelijke kenmerken geven. In mannetjes dieren zijn deze veel kleurrijker dan in de mens mannen. Voorbeelden zijn: pauwen(veren), hanen(kammen) en herten(geweien)

Terug naar begin

Testosteron

Testosteron is het meest anabool hormoon, dit betekent dat het cellen helpt energie te maken uit het voedsel dat we eten, spieren en botten opbouwen en de hersenen goed te laten functioneren. Testosteron is ook verantwoordelijk voor het lichaamshaar en de lage stem. Ondanks dat testosteron een belangrijke rol speelt bij het libido is het niet alleen een sekshormoon. Het heeft bij mannen een belangrijke rol om cholesterol, triglyceriden, fibrinogeen, bloeddruk en groeihormoon op een goed niveau te houden. Daarnaast verbetert testosteron  insulineresistentie, overgewicht en hartritmestoornissen.

Testosteron receptoren komen voor op zowat alle weefsels in het lichaam. Dus testosteron heeft een functie in bijna alle lichaamssystemen.

De productieorganen van testosteron in man of vrouw zijn: testes, eierstokken, bijnieren, placenta.

De belangrijkste kenmerken van testosteron zijn:

  • Essentieel voor de productie van sperma.
  • Ontwikkeling penis en testes (DHT).
  • Ontwikkeling van spieren. Testosteron verandert de manier waarop vetcellen de circulerende energie (glucose, fructose) in het lichaam verwerken. Testosteron zorgt ervoor dat de energie meer in de richting van de spieren wordt gestuurd.
  • Testosteron zorgt voor een snellere stofwisseling, welke geassocieerd wordt met een hogere overlijdens kans.
  • Het is basis het ‘mannelijke’ hormoon, mede verantwoordelijk voor de ‘sexdrive’ of libido.
  • Belangrijk voor de botten. Testosteron is een promotor van het eiwitmetabolisme.
  • Het onderdrukt de cellulaire immuniteit (man).
  • De ontwikkeling van gelaat en schaamhaar welke start in de puberteit. Later in het leven speelt het een rol bij kaal worden (DHT).
  • Het lager worden van de stem in de puberteit
  • Verhoogt rode bloedcelproductie en hemoglobine synthese.
  • Stimuleert prostaatgroei en secretie (DHT).

Ook bij vrouwen speelt testosteron een rol o.a. bij:

  • De eierstokfunctie
  • Botsterkte
  • Seksueel gedrag o.a. libido

Er bestaan 4 verschillende cycli in mannen wat testosteron betreft:

  • Ritmische fluctuaties 3 tot 4 x per uur
  • Dagelijks: het ritme van de testosteron productie bij mannen laat in de dag eenzelfde ritme zien als de cortisol productie. Dit betekent een hoge productie in de morgen tussen 6 en 8 uur en een lagere productie in namiddag, avond en nacht.
  • Maandelijkse ritmische fluctuaties, verschillend voor elke man
  • Jaarlijks: de hoogste testosteron niveaus komen  voor  rond oktober (herfst) en de laagste niveaus rond april (lente). Deze fluctuatie komt overeen met vitamine D.
Testosteron (man) verhoogt o.a. bij: Testosteron is verlaagd o.a. bij:
Overwinning in competitie Verlies in competitie
Verbetering sociale status Als men zich moet onderwerpen
Gedurende sigaretten roken Gedurende fysieke en emotionele stress
Na of tijdens sporten (beweging) Gedurende en na stevig alcohol gebruik
Na of tijden sexuele activiteit In de lente
In de herfst

DiHydroTestosteron (DHT)

DHT is het belangrijkste intracellulaire androgeen en meer dan 2 maal sterker dan testosteron. De meeste activiteit van DHT wordt gevonden in reproductie organen, lever en huid. Lagere activiteit wordt ook in de hersenen gevonden.
DHT heeft 3 belangrijke acties in het lichaam:

  • De ontwikkeling van de mannelijke genitaliën gedurende het foetale leven
  • Groei van de prostaat
  • Verantwoordelijk voor haarverlies, de mannelijke kaalheid. Geen DHT, geen kaalheid.

Het hart heeft meer testosteron receptoren dan elke andere spier in het lichaam. In het bijzonder DHT receptoren. Naast DHEA – T3/T4 en vitamine D zijn testosteron en DHT voor de man  hart en vaten beschermende hormonen.

Embryo, 2e en 4e vinger

We worden allemaal als meisje (XX) geboren, vanaf de achtste week gaat iets meer dan de helft over naar een jongen (XY). Tussen de 8e en 14e week in zwangerschap vindt de synthese van testosteron plaats in het  embryo, de concentratie neemt daarna af tot een laag niveau enkele maanden na de zwangerschap. Bij de ontwikkeling van de embryo zorgt testosteron voor de primaire mannelijke geslachtskenmerken zonder testosteron ontwikkelt een embryo zich vrouwelijk. Testosteron (DHT) is belangrijk voor de vorming van mannelijke kanalen, de penis en scrotum.
Tussen 10 en 14 jarige leeftijd begint testosteron productie te verhogen tot volwassen niveaus welke zijn bereikt rond 20 jarige leeftijd. In de puberteit komen de secundaire geslachtskenmerken zoals groei van penis en balzak, stemhoogte, lichaamsbeharing door testosteron naar voren. Ook bij vrouwen zorgt testosteron voor de groei van schaamhaar tijdens de puberteit.

Het is reeds meer dan 100 jaar bekend dat caucasische mannen een langere ringvinger dan wijsvinger hebben, terwijl caucasische vrouwen een tendens hebben naar een iets langere wijsvinger. Ondertussen weten we uit onderzoek dat de lengte en groei van de 2e en 4e vinger tussen week 8 en 14 tijdens de zwangerschap wordt bepaald, en dat de ringvinger sterk is gecorreleerd met hoog testosteron en de wijsvinger met laag testosteron. Testosteron stimuleert de groei van de ringvinger terwijl oestrogeen de wijsvinger groei stimuleert. Ook is het LH (luteïniserend hormoon )hoger.
De mannelijke vorm (hoog testosteron) zien we meer terug aan de rechterkant dus aan de rechterhand, terwijl de vrouwelijke vorm (laag testosteron) hoger oestrogeen, zich meer aan de linkerkant (linkerhand) manifesteert. Een mannelijke vingerverhouding kan ook het gevolg zijn van laag cortisol niveau in de embryo in plaats van een grote hoeveelheid testosteron.

Lage 2V-4V ratio (langere ringvinger) wordt geassocieerd met hoger testosteron en meer vruchtbaar sperma. Een hoge 2V-4V ratio (langere wijsvinger) is specifiek meer gecorreleerd met een hogere vruchtbaarheid.
De 2e en 4e vinger ratio is misschien geen rechtstreeks verband tussen vingerverhouding en geslachtshormonen maar wel een overtuigende aanwijzing.Testosteron in de baarmoeder vertraagd de groei van de linker hemisfeer van de hersenen, welke geassocieerd wordt met taal en verbale expressie. Het vergroot de rechter hemisfeer welke v.n.l. verantwoordelijk is voor ruimtelijk inzicht.

We zien dat meisjes welke in de baarmoeder blootgesteld zijn aan meer testosteron b.v. minder oogcontact maken dan meisjes welke dat niet zijn, dit is een mannelijk traject. Oogcontact heeft bij vrouwen (oestrogeen) een heel andere betekenis dan bij mannen (testosteron). Bij oestrogeen is het oogcontact vooral om anderen te begrijpen. Terwijl bij testosteron oogcontact te maken heeft met de hierarchie en bedreigend kan zijn. Bij mannen komt de mannelijke vorm van geslachtsafhankelijke eigenschap het duidelijkst tot uitdrukking in de rechterhelft van het lichaam en bij vrouwen komt deze beter tot uitdrukking in de linkerhelft. Zo zien we dat bij de  man de rechter zaadbal meestal groter is en bij de vrouw de linkerborst. Ook zien we dat mannen met een grotere rechterzaad bal goed zijn in b.v. ruimtelijk inzicht dan mannen met een minder grote rechterzaadbal. Bij vrouwen zien we hetzelfde voor taalgebruik, vrouwen met een grotere linkerborst zijn hier beter in dan vrouwen met een grotere rechterborst. Gonadale hormonen in de baarmoeder in het bijzonder testosteron en oestrogeen zijn hiervoor verantwoordelijk.

Terug naar begin

4 belangrijke factoren bij de werking van testosteron op het lichaam

1. Receptoren

2. Enzymen:  Aromatase en 5-alfa-reductase

3. Opslag en vervoer in het bloed: SHBG

4. cAMP

1. Receptoren

Vaak worden van hormonen de bloedwaardes bepaald om te zien of er voldoende hormonen aanwezig zijn. Zo kan bij testosteron het testosteron niveau worden bepaald en nog beter het vrij testosteron. Dit zijn echter niet meer dan aanwijzingen, uiteindelijk zal het aantal receptoren op de cel en de gevoeligheid van deze receptoren bepalen of de boodschap van testosteron en andere androgenen op een goede manier in de cel en het DNA aankomt. Zo zien we dat de androgeen receptor waarop voornamelijk testosteron en DHT aanpakken het aminozuur glutamine een belangrijke rol speelt. De lengte van de glutamineketen in de androgeen receptor is sterk bepalend voor de gevoeligheid van testosteron/DHT. Gemiddeld bevinden zich op één receptor zo’n 20 glutamine moleculen.

De gevoeligheid van testosteron is echter omgekeerd evenredig met het aantal glutamine moleculen. Dit betekent  dat bij zo’n 11 glutamine moleculen testosteron/DHT zijn boodschap zeer goed kan doorgeven. Echter bij zo’n 30 glutamine moleculen op de receptoren is de receptor ongevoelig voor testosteron/DHT. Bij 40 glutamine moleculen is de  receptor in zijn geheel niet meer gevoelig  voor testosteron/DHT.

Gezondheids aspecten welke samen kunnen hangen met een korte glutamine keten zijn b.v. een grotere kans op P.C.O.S. en andere onvruchtbaarheidsproblemen bij de vrouw. Ook zijn er aanwijzingen voor meer ADHD en andere gedragsstoornissen bij zowel jongens als meisjes.

2. Aromatase en 5-Alfa-reductase

Aromatase is het enzym welke zich voornamelijk in vetcellen bevindt en in die vetcellen testosteron om kan zetten naar oestrogenen.
Testosteron aromatiseert naar oestrogenen in:

  • eierstokken
  • hersenen
  • lever vetweefsel (wit vet)
  • borsten
  • fibroblasten

De  activiteit van het enzym aromatase welke oestradiol uit testosteron aanmaakt in het bijzonder in vetcellen is ook verhoogd wanneer er schade is aangericht aan bepaalde hersengebieden. Wanneer dit tegen wordt gegaan vindt er verhoogde neurodegeneratie plaats. 5-alfa-reductase is het enzym welke verantwoordelijk is voor de omzetting van testosteron naar DHT. Dit enzym komt het meest voor in reproduktief weefsel  (b.v.prostaat) en huid. Zo’n 7% van het totaal testosteron wordt in een gezonde situatie door 5- alfa-reductase omgezet naar DHT.

In het algemeen kan gesteld worden dat geen of weinig haar op het lichaam aangeeft dat er een verminderde werking is van 5 alfa reductase, dus minder DHT welke o.a. verantwoordelijk is voor groei van lichaamshaar. Dit betekent dat bij mannen met weinig lichaamshaar en veel hoofdhaar meer testosteron aromatiseert naar oestrogeen in het bijzonder in vetweefsel. Dit betekent een grotere kans op prostaat kanker.

3. SHBG en albumine

SHBG(Sex Hormone Binding Globulin) is een eiwit welke in de lever wordt aangemaakt. Het bindt hormonen aan zich en vervoerd deze door de bloedstroom. De belangrijkste hormonen die het bindt zijn oestrogenen en androgenen. Testosteron, DHT en androstenediol binden sterk aan SHBG, daartegenover staat dat oestradiol en oestron minder sterk binden aan SHBG. Wat de productie van SHBG betreft is dit precies omgekeerd oestrogenen verhogen de aanmaak in de lever van SHBG, terwijl androgenen het juist verlagen.

Naast SHBG worden deze hormonen ook aan albumine gebonden alleen beduidend zwakker dan aan SHBG. SHBG en in mindere mate albumine zijn drijvende opslagreservoirs voor sekshormonen, hoe meer ze gebonden zijn des te minder werken ze op hun doelcellen. Dit betekent dat alles wat SHBG verhoogd, de activiteit van testosteron verlaagd.. Daartegenover staat dat alles wat SHBG verlaagd, meer testosteron vrijmaakt voor reactie met testosteron receptoren op de cel. Jongens en meisjes hebben gelijke SHBG concentraties tot de puberteit. Echter vanaf de puberteit gaan de niveaus van jongens sterker omlaag dan van meisjes. Zo’n 98-99% van testosteron is gebonden aan SHBG en albumine.

Vrij testosteron is zo’n 1 á 2% van het totale testosteron. Maar is een goede marker voor het bioactieve testosteron. Verlaagde waardes van SHBG komen vaak  voor  bij: hypothyreoïdie, hoog prolactine, hoog cortisol, insulineresistentie. Verhoogde waardes komen vaak voor bij: zwangerschap, pilgebruik, lage eiwitinname, meer oestrogenen dan androgenen.

4. cAMP(cyclic AdenosineMonoPhosphate)

Hormonen kunnen ruwweg op 2 manieren werken op het celmetabolisme:

  • Door hun boodschap rechtstreeks aan het DNA van de celkern door te geven. Schildklier en steroïdhormonen doen dit.
  • Door hun boodschap aan de cel door te geven via “second messengers”. Dit zijn in het bijzonder eiwithormonen, deze kunnen namelijk met hun lange aminozuurketen de celmembraan niet passeren. Ze gebruiken “second messengers”om de boodschap van het celmembraan in de cel te brengen. Insuline, groeihormoon, adrenaline en andere op aminozuren gebaseerde hormonen werken op deze manier.

De “second messenger” is dus een intermediar tussen hormonen welke het celmembraan niet kunnen passeren en het celmetabolisme. cAMP is een belangrijk “second messenger”. Het enzym adenylate cyclase zorgt voor de aanmaak van cAMP uit het energiemolecuul ATP.

Steroïdhormonen uit cholesterol als oestrogeen, testosteron, progesteron, cortisol en schildklierhormonen T3/T4 geven hun boodschap rechtstreeks door aan het DNA in de cel,zoals aangegeven en zijn niet op een directe manier afhankelijk van deze “second messengers”. Echter in het totale hormonale netwerk zijn steroïd en schildklierhormonen afhankelijk van eiwithormonen die de hypofyse produceren om de verschillende organen aan te zetten tot productie van o.a. testosteron. Tot deze hypofyse hormonen behoren o.a. het luteïniserend hormoon(LH) en het schildklier stimulerend hormoon (TSH) Daarnaast speelt insuline een belangrijke rol, aangezien dit hormoon de productie van enzymen reguleert in de hele steroïdhormoon cascade. cAMP niveau’s in de cel zijn sterk verminderd bij verhoogde insuline niveau’s en/of insuline-resistentie. Op een indirecte manier is cAMP dus belangrijk bij het goed functioneren van testosteron.

Terug naar begin

Hypogonadisme, laag Testosteron, hoog Oestrogeen

Hypogonadisme, een reductie in testosteron is een normaal voorkomend syndroom. In jonge mannen komt het ongeveer 5% voor en in oudere mannen zo’n  35%. Hypogonadisme belangrijkste kenmerken zijn verlies van libido en kracht, vermindering van skeletspieren en verminderde vruchtbaarheid. De belangrijkste bron van oestradiol in mannen is testosteron, de aromatisering in vetweefsel is hiervoor verantwoordelijk. Als mannen ouder worden in de westerse wereld neemt hun testosteron productie langzaam af en de aromatisering naar oestrogenen toe.

Oestradiol niveaus blijven vaak wel hoog. De reden is de verhoogde activiteit geassocieerd met de leeftijd gerelateerde vetmassa toename in het bijzonder in het buikgebied. Oestrogenen komen sterk overeen met de hoeveelheid lichaamsvet, specifiek het subcutane vet in de abdomen (buikvet). De epidemie van overgewicht in ouder wordende mannen wordt o.a. geassocieerd met o.a. hart en vaatziekten, diabetes, degeneratieve ziekten en kanker. Daarnaast zien we ook borstontwikkeling, vermoeidheid, verlies van spierweefsel en emotionele ontregeling. Laag testosteron en verhoogde oestrogenen is één van de belangrijkste reden voor deze klachten. Hypogonadisme kan ook voorkomen bij glutenreactie. Hypofyse regulatie van de testiculaire functie kan ontregeld zijn door gluten.

In een jonge man is de gemiddelde ratio Testosteron : Oestradiol   50 : 1. In een man op middelbare leeftijd is dit afgenomen tot 20 : 1 en in  gevallen van overgewicht, diabetes e.d. kan dit wel 7 : 1 zijn.

Een onderzoek in Amerika laat zien dat de gemiddelde oestrogeen niveaus van een 54 jaar oude man hoger zijn dan van een 59 jarige vrouw.

In de dierenwereld zien we dat b.v. rammen in de herfst een enorm zelfvertrouwen laten zien als hun testosteron gehalte hoog is. Echter in de winter zijn ze nerveus, bang en teruggetrokken want dan is hun testosteron niveau laag. Bij andere dieren kan dit ook spelen.
De belangrijkste reden voor Testosteron tekort

  • Veroudering
  • Voeding: hoog koolhydraatgebruik in het bijzonder ger.suikers en fructose.
  • Medicijn gebruik
  • Overgewicht
  • Alcohol gebruik teveel
  • Slaapproblemen
  • Weinig beweging
  • Hoog oestrogeen, leidend tot atrofie van de testes
  • Stress, ontregeling bijnieren
  • Drugverslaving
  • Genetische aandoening  (Klinefelter’s syndroom)
  • Slechte functie hypofyse
  • Nierproblemen
  • Leeftijdsgebonden toename van aromatase activiteit.
  • Regelmatige inname van xeno en fyto-oestrogenen uit voeding en water (de pil).

Mogelijke klachten van laag testosteron :

Auto-immuniteit (man) Verminderd spierweefsel, spierzwakte
Depressie Dementie
Osteoporose/Osteopenie (man) Laag libido, erectieproblemen
Vermoeidheid Atrofie van de testes
Geheugen problemen Overgewicht
Onvruchtbaarheid(man) Verlies van lichaamshaar (o.a.hoofd,borst)
Af en toe opvliegers (man) Vermindering mentale helderheid
Hart en vaatproblemen Aneurysma
Urineweg problemen(mannen) Insulineresistentie, diabetes
Kanker Grotere en pijnlijke tepels
Borstvergroting (man)

Een vrouwelijke wijsheid is dat niet de man in haar leven er toe doet maar het leven in haar man.

Terug naar begin

Hoog testosteron

Hoog testosteron of  DHT komt minder voor dan laag testosteron, maar kan de volgende klachten geven:

Acné Vette huid
Hypergevoel PCOS (poly cystic ovary syndrome) (vrouw)
Verhoogd libido Overmatige haargroei op gezicht, armen en borst
Onderbroken slaap Dunner wordend haar op hoofd
Spierspasmen Onvruchtbaarheid (vrouw)
Agressiviteit Rusteloos
Angst Insulineresistentie (instabiele bloedsuiker)

Mannen met hoog testosteron kunnen moeilijk praten en lachen. Misschien is het daarom dat mannen vaak een bloemetje meenemen omdat ze het moeilijk kunnen zeggen.

Terug naar begin

Andropauze

De leeftijd afhankelijke daling van vrij testosteron is zo’n 1% elk jaar na 40 jarige leeftijd. Het totaal testosteron gaat zo’n 2% na de 40 jarige leeftijd omlaag. Dit komt voornamelijk door een afname van het functioneren van de Leydig cellen in de testes en de gevoeligheid van hypothalamus-hypofyse systeem. Ook gaat het circadiane ritme van testosteron met het ouder worden veranderen. De morgen piek (morning glory) gaat er vanaf. Daarnaast gaat de orgaan gevoeligheid(receptoren) voor testosteron achteruit. Veroudering wordt geassocieerd met een vermindering (down regulatie) van testosteron receptoren in het bijzonder in de prostaat en de lever wat leidt tot testosteron resistentie.

Laag testosteron is geassocieerd met 40% verhoogde kans op overlijden. Gebruik van medicijnen welke testosteron blokkeren of oestrogenen promoten is geassocieerd met 20% verhoogde kans op overlijden. Een studie uit 2008 onder 800 mannen in Californië (USA) tussen 50 en 91 jaar oud laat een 40% verhoging van overlijden zien in de groep van laag testosteron. Testosteron niveaus werden gemeten in het begin van de studie en de gezondheid van de mannen werd voor 20 jaren gevolgd. Lage testosteron niveaus gingen samen met  verminderd libido en erecties, vermoeidheid, krachtvermindering, verminderde spiermassa en botdichtheid, overgewicht en grotere kans op hart en vaatziekten en diabetes.

Mannen met lager testosteron trouwen eerder, mannen met hoger testosteron die trouwden gingen ook weer vlugger scheiden.

Terug naar begin

Anemie

Rode bloedvellen spelen een zeer belangrijke rol in het lichaam doordat ze zuurstof vervoeren naar alle weefsels. De gemiddelde rode bloedcel leeft zo’n 100 dagen. Dit betekent dat het regelmatig aangevuld moet worden vanuit het beenmerg waar het gemaakt wordt. Lage hoeveelheden rode bloedcellen (anemie) hebben in het bijzonder vermoeidheid als klacht en in extreme gevallen ademtekort. Er kunnen vele oorzaken van anemie zijn zoals: tekorten aan ijzer, foliumzuur of vitamine B12. Ook bloedingen in het maag-darmkanaal kunnen tot lage waarden leiden. Echter ook een laag testosteron gehalte kan een oorzaak zijn. De werking ligt waarschijnlijk in de autoimuunsfeer. Een normaal testosteron gehalte heeft een onderdrukkende werking op het immuunsysteem, bij een laag niveau van testosteron kan ons immuunsysteem o.a. de intrinsieke factor (I.F.) aanvallen. Deze is nodig voor vervoer en opname van vit. B12. Ook kunnen eiwitten welke vit. B12 door de darmwand naar het bloed vervoeren worden aangevallen, waardoor B12 moeilijk van darmen naar het bloed kan worden getransporteerd.

Testosteron en DHT stimuleren de rode bloedcel productie in het beenmerg.

Terug naar begin

Hormonale “vrienden en vijanden” van Testosteron

Tot de vriendengroep van testosteron behoren goede niveaus van  hormonen als:

  • Dopamine: Dopamine vergroot de activiteit in de hersenen welke de productie van de sekshormonen en de seksualiteit reguleert.
  • Vitamine D: Er is een duidelijk verband tussen testosteron en vitamine D in het bloed op jaarbasis. Beiden zijn hoog rond oktober en laag rond april. Verder bevinden zich receptoren voor vitamine D op de testes wat er op duidt dat vitamine D daar een rol speelt. Een studie welke in 2010 aan de universiteit van Graz in Oostenrijk is gedaan liet dan ook duidelijk zien dat hoe meer vitamine D er in het bloed zat, hoe hoger de niveaus van testosteron en vrij testosteron waren.
  • Insuline: Alle omzettingen in het steroid hormonen netwerk waartoe testosteron, oestradiol en cortisol behoren worden gedaan door enzymen. Deze enzymen staan onder controle van insuline. Vanuit evolutionair perspectief is het duidelijk dat insuline de vertegenwoordiger is van de hoeveelheid voedsel welke op het moment voorradig was. Afhankelijk van die hoeveelheid kan insuline de enzymen beinvloeden welke met overleving (cortisol) en met reproductie (testosteron, oestradiol) te maken hebben.
  • Cortisol/DHEA: Te hoge of lage waardes van cortisol en/of DHEA geven vaak een ontregeling van het testosteron metabolisme en zijn dus een vijand van testosteron. Stress en in het bijzonder langdurige is één van de belangrijkste negatieve factoren voor testosteron. Ontregeling van cortisol ligt hieraan ten grondslag. In het trade-off mechanisme betekent dit dat de natuur haar dure energie niet in voortplanting (testosteron) gaat steken, maar in overleving(cortisol)Bij hoog cortisol of cortisolresistentie vindt ook een ontregeling plaats van een pro-androgeen als DHEA, welke een voorstof is van testosteron.
  • Histamine: Histamine is net als cortisol, testosteron en dopamine een dag/licht hormoon.Histamine speelt een belangrijke rol op verschillende onderdelen in het lichaam.De relatie histamine-testosteron zien we in het bijzonder terug bij de z.g.n. histadelische mensen, dit zijn mensen welke genetisch met een hoog histamine gehalte worden geboren. Een belangrijk kenmerk van histamine is dat het de vaten openzet (vasodilatie)
    • Enkele kenmerken van een histadelicus zijn:snel metabolisme, grote warmteproductie, weinig lichaamshaar, normaal tot slank postuur, snel vochtverlies, licht slapen, sterk gemotiveer, -hoog libido, snel orgasme en het komt meer voor bij mannen dan bij vrouwen.

Ook schildklierhormonen T3/T4 behoren tot de “vriendengroep” van testosteron. Tot de “vijanden” behoren o.a.: prolactine, oestrogeen/progesteron en melatonine

Terug naar begin

Prostaat

Tijdens de periode van ontwikkeling in de baarmoeder van embryo-foetus wordt uit dezelfde basisstructuur of een penis of een vagina/clitoris gemaakt. Een andere structuur maakt de prostaat (man) of de baarmoeder (vrouw). Wat het wordt hangt af van het hormonale signaal. Androgenen zorgen voor penis en prostaat, oestrogenen voor vagina/clitoris en baarmoeder. Receptoren van beide hormonen bevinden zich echter op zowel mannelijke als vrouwelijke weefsels.

Als met het ouder worden de westerse man dikker wordt en meer lichaamsvet heeft verandert de ratio testosteron-oestrogeen in het voordeel van oestrogeen. Oestrogeen welke normaliter de baarmoeder laat groeien, doet dit nu bij de prostaat. Dit is het belangrijkste mechanisme wat ten grondslag ligt aan prostaat problemen. Niet androgenen maar oestrogenen zijn een belangrijke oorzaak van prostaat problemen.

Terug naar begin

Ras en evolutie

Rassen verschillen in het niveau van sekshormonen, in het bijzonder testosteron en de gevoeligheid van de receptoren voor testosteron. De hormoonspiegels van testosteron zijn het hoogst in zwarte mensen en het laagst in Aziaten, blanken bevinden zich er tussen in. In een studie van studenten in Amerika waren testosteron niveaus van zwarten 10 tot 20% hoger dan van blanken. In een andere studie hadden zwarte Amerikanen 10-15% hogere waardes van testosteron dan blanke Amerikanen en japanners hadden nog lagere niveaus. Bij een oudere onderzoeksgroep van oorlogsveteranen uit Amerika hadden zwarten gemiddeld 3% hogere testosteron niveaus dan blanken. Ook onderzoeken op het gebied van seksuele activiteit in Los Angeles laten overeenkomstige resultaten zien. Bij de zwarte mens begon de eerste seksuele activiteit(testosteron) gemiddeld op 14,4 jarige leeftijd en op 16,4 jarige leeftijd bij de Aziaten, blanken bevinden zich daar tussenin. De basis van dit geheel vinden we terug in de “Out of Afrika” theorie.

De moderne mens ontwikkelde zich zo’n 200.000 jaar geleden in Afrika rond de evenaar. Zo’n 80.000-100.000 jaar geleden begonnen groepen naar het noorden te trekken.(Out of Afrika) Langzaam maar zeker ontwikkelde zich het blanke ras.Ongeveer 40.000 jaar geleden scheiden zich groepen af welke nog verder door naar het noorden trokken, welke we nu Aziaten noemen. Des te noordelijker mensen vanuit de evenaar wegtrokken, hoe moeilijker het was om voedsel te vergaren, de kou te trotseren, kleren te maken enz. Energie kan in de natuur maar één keer worden uitgegeven. Dit betekende dat een trade-off ontstond tussen reproductie en overleving.

Aan de ene kant zien we afname van o.a.:

  • sekshormonen in het bijzonder testosteron
  • lagere groeitempo’s
  • minder seksuele activiteit

Aan de andere kant ontwikkelden de hersenen van de “noordelijke” mensen zich meer omdat men creatiever en intelligenter moest worden om te overleven.

Terug naar begin

Stoffen met een negatieve invloed op testosteron

Medicijnen

Verschillende medicijnen kunnen op verschillende manieren de balans tussen vrije androgenen en vrije oestrogenen verstoren:

  • Medicijnen en stoffen met een oestrogene werking of welke de afbraak van oestrogenen remmen
  • Medicijnenwelke de productie van testosteron remmen.
  • Medicijnen welke protactinestijging veroorzaken (anti-dopamine) zoals antipsychotica,  antidepressiva
  • Hoge bloeddruk middelen:
  • Anti-epileptica
  • Overige stoffen zoals: penicillamine, methadon, heroïne, marihuana, cocaïne, opiaten, statines, anabole steroïden.

Chemicaliën(xeno-oestrogenen) uit het milieu

  • Bisphenol (hard plastic)
  • Pthalaten (plastic en cosmetica)
  • Nonylphenolen (schoonmaakproducten)
  • Benzephenonen (cosmetica, zonnebrandcreme’s, zeep, parfum)

Voeding

  • Hoog suiker of geraffineerd koolhydraat gebruik
  • Teveel plantaardige oliën, teveel Omega 6
  • Alcohol
  • Pro-oestrogene voeding (o.a.hop, zoethout (drop), grapefruit, soja producten

Alcohol verminderd de testosteron productie in de testes en verhoogd de omzetting van testosteron naar oestrogenen. Dit geeft bij mannen ongewenst effecten zoals borsten. Op deze manier vermindert alcohol ook de erectie bij de man. Shakespeare verwoordde het in de volgende  oneliner: “Alcohol increases the desire, but decreases the performance”.

Vrij testosteron is de belangrijkste biomarker voor veroudering in mannen.

Bloedwaarden

  • Laag testosteron is onwaarschijnlijk boven 400 ng/dl
  • Laag testosteron is duidelijk beneden 200 ng/dl
  • Tussen 200 en 400 ng/dl moet er vooral naar vrij testosteron gekeken worden
  • Vrije testosteron waardes beneden 15 pg/ml moeten als laag worden beschouwd
  • Ideaal is tussen 20 en 25pg/ml
  • SHBG:
  • Man:          20-60nmol/L
  • Vrouw:       40-120nmol/L        Postmenopausaal: 28-112nmol/L

Vragenlijst Testosteron tekort:

  1. Heb je een verminderd libido of sexdrive?
  2. Herstel je langzaam na inspanning?
  3. Heb je een vermindering van energie?
  4. Heb je verminderde kracht en/of uithoudingsvermogen?
  5. Heb je een toename van gewicht of overgewicht?
  6. Heb je aanhoudende problemen met een goede slaap?

Als je 2 of meer vragen met ja beantwoordt wijst dit in de richting van een testosteron tekort