Laag cholesterol “LEVENSGEVAARLIJK”

Laag cholesterol ”LEVENSGEVAARLIJK”

Tot in de 60er jaren van de vorige eeuw bleven dokters en medici volhouden dat roken niet slecht voor de gezondheid was. Het was zelfs zo dat medici zich vaak rokende lieten fotograferen of filmen b.v. voor reclames. In 1927 ondersteunde artsenverenigingen ( in totaal 20.679 dokters) in Amerika een paginagrote advertentie van Lucky Strike, daarin gaven ze aan dat roken gezond was.


Inhoud

  • Cholesterol, moeder der hormonen
  • Het Smith-Lemli-Opitz-Syndroom (SLOS)
  • Onderzoeken
  • Eerder overlijden
  • Hart & vaatziekten
  • Andere ziekten
  • Verzadigd vet
  • Vrouwen
  • Conclusie

 

We weten al veel langer dat roken ongezond is, alleen medici en de industrie hebben het denken over roken en gezondheid steeds de verkeerde kant opgestuurd.Het wordt steeds duidelijker dat heden ten dage er een parallel te trekken is met cholesterol. Het adagio dat een hoog cholesterol slecht voor de gezondheid is, en in het bijzonder voor hart en vaatziekten wordt er bij de westerse mens in de baarmoeder als foetus al ingeprent door de industrie. Het zijn in het bijzonder de farmaceutische industrie(statines) en voedingsindustrie(margarines) welke met hun reclame, sinds de 70er jaren van de vorige eeuw, hiervoor zorg hebben gedragen.

Het is al langer bekend dat het cholesterol verhaal wat de industrie, farmaceuten en dokters ons willen laten geloven, niet klopt. Waar komt het toch vandaan deze verkeerde informatie welke dokters ons steeds weer geven?

Is het misschien te wijten aan het hormoon testosteron welke kenmerken laat zien als dominantie, liegen, kapitalisme, zwart/wit denken e.d.

In deze EVOCIRCADIAN willen we handen en voeten geven aan het feit dat een te laag cholesterol gehalte letterlijk en figuurlijk “levensgevaarlijk” is. Dit betekent dat we in deze uitgave een kleine bloemlezing publiceren van de meer dan 100 wetenschappelijke onderzoeken welke tot nu toe zijn gedaan, waarin onomstotelijk wordt aangetoond dat een hoger cholesterol gehalte superieur is aan een lager cholesterolgehalte en dat hogere niveaus van LDL en HDL dit ook zijn.

Dit alles lijkt de “U-curve” te hebben, dit wil zeggen dat er een basis gehalte van cholesterol in het bloed is wat de kleinste kans op klachten geeft. Echter bij zowel een te laag gehalte als bij een te hoog gehalte kunnen makkelijker klachten en ziekten ontstaan.
Het is in het bijzonder het farmaceutisch-voeding-industrieel-complex welke de waardes van cholesterol steeds verder naar beneden bijstelt ,om het potentieel van gebruikers van hun producten uit te breiden.

Cholesterol, moeder der hormonen

Cholesterol is één van de belangrijkste moleculen in het lichaam. Het als het “slechte cholesterol” bekend staande LDL-cholesterol is de enigste stof welke cholesterol in de cel, en in het bijzonder in de mitochondria, kan brengen. We geven hier enkele voorbeelden van het belang van cholesterol in het lichaam:

  • Het is nodig voor de productie van alle steroïdhormonen v. oestrogenen, progesteron, testosteron, dihydrotestosteron, cortisol, aldosteron, DHEA, pregnenolon.
  • Het is nodig voor de productie van vit.D en galzuren.
  • Het is nodig voor de ontwikkeling van de embryo-foetus en heeft belangrijke functies voor en na
  • Het is een structurele component van celmembranen.
  • Zo´n 40-60% van de hersenen is cholesterol.
  • Het is de belangrijkste component van de belangrijkste stof welke de zenuwcellen beschermen: myeline.
  • Het is essentieel voor de absorptie van vitamine A, D,E en K.

Dit is maar een kleine lijst van voorbeelden welke de belangrijkheid van cholesterol laat zien. In de praktijk wordt nog steeds te weinig aandacht besteed aan laag cholesterol. In de Evocircadian code spelen hormonen en in het bijzonder steroïdhormonen de eerste viool. Dit betekent dat als eerste bekend zou moeten zijn hoe hoog het cholesterol en het LDL en HDL cholesterol is. Niet om het risico op hart en vaatziekten te bekijken, maar andersom namelijk of er voldoende cholesterol en LDL aanwezig is om o.a. hormonen te maken en de hersenen en zenuwstelsel van hun belangrijkste stof te voorzien.

Er bestaat geen waarheid, alleen halve waarheden, het probleem is dat we deze als hele waarheden behandelen. 

Het Smith-Lemli-Opitz-Syndroom (SLOS)

Het SLOS geeft inzicht in het feit hoe belangrijk cholesterol voor het lichaam is.
Kinderen met het SLOS kunnen namelijk niet genoeg cholesterol aanmaken om de groei en ontwikkeling te ondersteunen. Enkele kenmerken van dit syndroom zijn:

  • Spontane abortus van de foetus en miskramen komen meer voor.
  • Overlijden als gevolg van multi-orgaanfalen gedurende de eerste weken na de geboorte is gebruikelijk.
  • Obstipatie, verstoring elektrolyten, balans, overgeven, voedingsproblemen zijn algemene symptomen van SLOS.
  • Oogproblemen als staar, gezichtsverlies en abnormaliteiten van de oogzenuw komen vaak voor.
  • Gehoorverlies
  • Hartafwijkingen
  • Slechte groei
  • Geestelijke achterstand
  • Doodsoorzaken zijn vaak longontsteking, dodelijke congenitale hartafwijkingen en leverfalen.

Onderzoeken

In zowel de farmaceutische als alternatieve geneeskunde zien we dat veel behandelingen nog steeds gericht zijn om het cholesterol naar beneden bij te stellen. Om eens en voor altijd af te rekenen met dit automatisme plaatsen we hieronder een bloemlezing uit de meer dan 100 onderzoeken welke allemaal laten zien dat laag cholesterol een belangrijke aanleiding kan zijn voor allerlei ziektes en vroege dood. De onderzoeken hebben de volgende kenmerken:

  • De onderzoeken zijn niet op dieren maar op mensen gedaan.
  • Er wordt verschil gemaakt tussen man en vrouw.
  • Het zijn langdurige tot zeer langdurige studies. Geen kortlopende onderzoeken.
  • De studies zijn op verschillende plaatsen in de wereld uitgevoerd.

Eerder overlijden

The low cholesterol-mortality associations in a national cohort.
Harris T et al
Publicatie: Journal of Clinical Epidemiology juni 1992.
Aantal mensen: 10.295 (5833 vrouwen, 4462 mannen).
Leeftijd: 35 – 74
Duur studie: 14 jaar
Uitkomst: Vrouwen beneden 4,1mmol/l hadden 70% groter risico van overlijden dan boven 5,1mmol/1. Bij mannen was dit 40%.

Which cholesterol level is related to the lowest mortality in a population with low mean cholesterol level?
Yun/mi song et al
Publicatie: American Journal of Epidemiology vol. 151, nr. 8, 15 april 2000.
Aantal mensen: 482.472 mannen (Koreanen)
Leeftijd: 30 – 65
Duur studie: 6,4 jaar
Uitkomst: Met een cholesterol lager dan 3,5 mmol/1 had men een 35% grotere kans van overlijden dan boven 6,5 mmol/1.

Serum total cholesterol levels and all-cause mortality in home dwelling ederly population.
Tuikkala, P et al
Publicatie: Scandinavian Journal of Primary Health care, juni 2010.
Aantal mensen: 49
Leeftijd: 75 jaar en ouder
Duur studie: 6 jaar
Uitkomst: Cholesterol beneden 5 mmol/L. 52% meer kans van overlijden dan boven 6 mmol/L. Het overlijden nam met 18% toe voor elke 1 mmol/L. vermindering van cholesterol.

Low total cholesterol and increased risk of dying.
Brescianini, S. et al
Publicatie: Journal of the American Geriatrics Society. Juli 2003
Aantal mensen: 4521 mannen en vrouwen
Leeftijd: 65-84 jaar (Italianen)
Duur studie: 3 jaar
Uitkomst: Mensen met de laagste cholesterol niveaus hadden 47% meer kans op overlijden dan de mensen met de hoogste cholesterol niveaus.

Cholesterol as risk factor for mortality in elderly woman.
Forette B. et al
Publicatie: The Lancet april 1989
Aantal mensen: 92 (Frankrijk)
Leeftijd: gemiddeld 82 jaar
Duur studie: 5 jaar
Uitkomst: Vrouwen met cholesterol beneden 4,0 mmol/L. hadden 420% grotere kans om te overlijden dan vrouwen met cholesterol boven 7,0 mmol/L. Beneden 4,0 en boven 8,8 mmol/L. was dit 340%.

Serum cholesterol levels and in-hospital mortality in the elderly.
Publicatie: American Journal of Medicine september 2003.
Aantal mensen: 6984 (in hospitaal) Italianen
Leeftijd: Ouder dan 65 jaar.
Uitkomst: Lager dan 4,1 mmol/1 ten opzichte van boven 6,6 mmol/1 44% meer overlijdens kans.

Hart & vaatziekten

Prognostic significance of serum cholesterol, lathosterol and sitosterol in old age.
Publicatie: Annals of Medicine juni 2011
Aantal mensen: 623 (Finland)
Leeftijd: Ouder dan 75 jaar
Duur studie: 17 jaar.
Uitkomst: Laag cholesterol beneden 5,0 mmol/1 verhoogde kans op beroerte en hartziekten ten opzichte van boven 5,0 mmol/1.

Effects of serum lipids, lipoproteïns and alipoproteïns on vascular en non- vascular mortality in the elderly.
Räiha I etal
Publicatie: Arteriosclerosis, Thrombosis and Vascular biology 1997:17:1224- 1232.
Aantal mensen: 347
Leeftijd: 65 jaar en ouder.
Duur studie: 11 jaar
Uitkomst: De vasculaire oorzaak van overlijden was 30% hoger bij laag cholesterol beneden 5,0 mmol/1 ten opzichte van hoog cholesterol boven 8,0 mmol/1.
Niet vasculaire oorzaken van overlijden in de laag cholesterol groep (5,0) was 80% hoger dan in de hoog cholesterol groep (8,0).

Low cholesterol is accociated with mortality from stroke, heart disease and cancer: The Jichi Medical School Cohort study.
Nago N et al
Publicatie: Journal of Epidemiology 2011, 21(1) : 67-74.
Aantal mensen: 12.334 (Japanners)
Leeftijd: 40-69 jaar.
Uitkomst: Mannen met het laagste cholesterol onder 4,14 mmol/L. hadden 37% grotere kans van overlijden dan bij waardes boven 6,21 mmol/L.
Vrouwen met het laagste cholesterol onder 4,14 mmol/L. hadden 53% meer kans om vroeger te overlijden dan met het hoogste cholesterol boven 6,21 mmol/L. Het risico van overlijden door beroerte, hartfalen en kanker komt dus meer voor in de laag dan hoog cholesterol groep.

Is the use of cholesterol in mortality risks algorithms in clinical guideline valid?
Publicatie: Journal of Evaluation in Clinical Practice februari 2012.
Aantal mensen: 52.087 (24.235 mannen en 27.852 vrouwen).
Leeftijd: 20-74 jaar.
Duur studie: 10 jaar.
Uitkomst: Vrouwen: lager dan 5,0 m.mol/L. gaf een 26% hogere kans op hart en vaatziekten dan vrouwen boven 7,0 m.mol/L. Mannen: Lager dan 5,0 m.mol/L. hadden een 20% grotere kans op hart en vaatziekten dan tussen 5,0 en 6,0 m.mol/L.

Andere ziekten

Low serum total concentrations and mortality in middle aged British men.
Wannamethee, G et al

Publicatie: British Medical Journal 12 augustus 1995.
Aantal mensen: 7735 mannen.
Leeftijd: 40-59 jaar.
Duur studie: 8 ½ jaar (U.S.A.)
Uitkomst: Mannen met het laagste LDL-cholesterol beneden 3mmol/1 hadden 379% meer kans op darmkanker dan mannen met hogere LDL niveaus.
Mannen met het laagste cholesterol beneden 4,8 mmol/1 hadden 420% meer kans op darmkanker dan mannen met hogere cholesterol niveaus.

The effect of modifiable risk factores on pancreatic cancer mortality in populations of the Asia-Pacific region.
Ansary-Moghaddam, A et al
Publicatie: Cancer Epidemiology Biomarkers and Prevention. December 2006.
Aantal mensen: 519.653.
Duur studie: analyse van 30 studies.
Uitkomst: Laag cholesterol beneden 4,8 mmol/1 gaf een 27% grotere kans op alvleesklierkanker dan boven 5,8 mmol/1.

Serum total cholesterol and mortality confounding factors and risk modification in Japanese-American men.
Ibarren, C et al
Publicatie: Journal of the American Medical Associations 28 juni 1995 Aantal mensen: 7049 mannen.
Leeftijd: 45-55 jaar.
Duur studie: 23 jaar.
Uitkomst: Laag cholesterol, beneden 4,66 mmol/1 141% meer kans op een beroerte dan hoog cholesterol boven 6.19 mmol/l.
Laag cholesterol, beneden 4,66 mmol/1 41% meer kans op kanker dan cholesterol boven 6,19 mmol/1.

Serum total cholesterol and risk of hospitalisation and death from respiratory disease.
Iribarren, C et al
Publicatie: International Journal of Epidemiology December 1997.
Aantal mensen: 103.464 (48.188 man, 55.276 vrouw).
Leeftijd 25-89.
Duur studie: 15 jaar.
Uitkomst: Laag cholesterol beneden 4,14 mmol/1 geeft een 41% grotere kans om met longontsteking of influenza in het ziekenhuis te worden opgenomen dan bij 6,2mmol/1 of hoger. Men had een 17% hogere kans om met bronchitis en/of emfyseem in het ziekenhuis te worden opgenomen en een 13% hogere kans als het astma betrof en een 25% hogere kans als het andere luchtweg aandoeningen betrof.

Low serum cholesterol concentration and risk of suicide.
Ellison, L et al
Publicatie: Epidemiology, maart 2001, vol.12-issue2-168-172.
Aantal mensen: 11554.
Leeftijd: 11-84 jaar.
Duur studie: 12 jaar.
Uitkomst: Laag cholesterol beneden 4,27 mmol/1 gaf een 6 maal grotere kans op zelfmoord plegen dan boven 5,77 mmol/1.

Cohort study of serum total cholesterol and in-hospital incidence of infectious diseases.
Iribarren, Cetal
Publicatie: Epidemiology and Infection October 1998.
Aantal mensen: 120.571 (55.300 mannen, 65.271 vrouwen).
Duur studie: 15 jaar.
Mannen: Laag cholesterol beneden 4,14 mmol/1 ten opzichte van 6,2 mmol/1 of hoger liet het volgende zien bij ziekenhuisopname door infecties:
20% grotere kans op elke infectie. 63% grotere kans op virale hepatitis.
15% grotere kans op darm en lever infecties. 10% grotere kans op nier infecties.
27% grotere kans op urineweg infecties. 140% grotere kans op overdraagbare infecties.
67% grotere kans op infecties van het zenuwstelsel.

Vrouwen:
30% grotere kans op elke infectie.
67% grotere kans op intestinale infecties. 51% grotere kans op virale hepatitis.
22% grotere kans op acute appendicitis. 19% grotere kans op darm en lever infecties. 137% grotere kans op endocarditis.
9% grotere kans op nier infecties.
90% grotere kans op geslacht overdraagbare infecties.

Nog enkele andere onderzoeken in het kort:

  • 18 jarig onderzoek laat een duidelijk verband zien tussen laag cholesterol en meer overlijden bij mannen.
    Publicatie: Archives of Internal Medicine Mei 1991.
  • Hogere waardes van LDL cholesterol laten langer leven.
    Publicatie: Journal of the American Medical Association 25 februari 1998.
  • Patiënten met nierfalen leven langer als ze hoger cholesterol hebben.
    Publicatie: Kidney International mei 2002.
  • Mensen welke een hartaanval overleven, leven langer met hoog cholesterol.
    Publicatie: Journal of the American Geriatrics Society-juli 2003.
  • Laag LDL en HDL cholesterol niveaus zijn geassocieerd met eerder overlijden.
    Publicatie: Archives of Internal Medicine 14 juli 2003.
  • Ziekte van Crohn en Ulceratieve Colitis, een grotere kans met laag cholesterol.
    Publicatie: Metabolism juli 2006.
  • Laag cholesterol en schizofrenie een duidelijke relatie.
    Publicatie: Acta Psychiatrica Scandinavica september 2003.
  • Hoger risico op leverziekten met laag cholesterol.
    Publicatie: British Medical Journal 3 april 1993.
  • Geweld, antisociaal gedrag en vroege dood geassocieerd met laag cholesterol.
    Publicatie: European Archives of Psychiatry and Clinical Neuroscience. Vol.252.nr.1,8-11.

Overzicht van ziektes en aandoeningen welke een relatie kunnen hebben met laag cholesterol:

Depressie Luchtwegproblemen
Kanker Nierfalen
Beroerte Zelfmoord
Leverziekten Infectieziekten
Griep Auto-immuunziektes (b.v. M.S.)
Autisme ADHD (ADD)
Anorexia/Bulimia ALS (Amyotrofe Lateraal Sclerose)
Hersenen gerelateerde ziektes en aandoeningen

Verzadigd vet

Verzadigd vet wordt in het algemeen verantwoordelijk gehouden voor de verhoging van cholesterol. Dit heeft zijn oorsprong zo’n 100 jaar geleden toen Russische onderzoekers konijnen cholesterol en andere vet types opgelost in mais olie gaven. De conclusie bij dit slechte dieronderzoek was dat verzadigd vet (cholesterol) verantwoordelijk was voor atherosclerose bij deze konijnen. Vervolgens begint in de 50er jaren een invloedrijke wetenschapper genaamd Ancel Keys een ‘kruisvaart’ tegen cholesterol en verzadigd vet. Vele daarop volgende onderzoekers hebben gewezen op de fouten en gebreken in zijn gegevens en conclusies. Desondanks kreeg Keys meer publiciteit dan diegenen die andere gezichtspunten lieten zien. Echter de waarheid is dat de waarschuwingen tegen verzadigd vet zijn gebaseerd op onderzoeken waarvan de uitkomsten gemanipuleerd zijn.
Een goed voorbeeld van mensen welke een hoge inname van verzadigd vet en cholesterol hebben en daartegenover normale cholesterol waarden in hun bloed hebben is het Masai volk in Afrika. Meer dan 60% van de calorieën in hun voedsel komt van verzadigd vet.
Vet in voeding bestaat nooit uit één soort vet, het is (bijna) altijd een combinatie van verzadigd, enkelvoudig onverzadigd en meervoudig onverzadigd vet in sterk verschillende verhoudingen.
Verzadigd vet heeft geheel onterecht een slechte naam. Er zijn namelijk geen goede of slechte vetten, uitgezonderd industriële transvetzuren. Alle genoemde vetgroepen zijn essentieel. Vet wordt pas ‘slecht’ bij een te grote hoeveelheid en wanneer de verhouding tussen de verschillende vetsoorten uit balans raakt.

Dat zien we bij het dierlijk vlees uit onze intensieve veeteelt. Wanneer wij hun vlees eten krijgen we ook het vet binnen in de verhouding en hoeveelheid zoals dat bij deze dieren aanwezig is. Deze vetverhouding en hoeveelheid is gemanipuleerd door het voer dat wij ze geven. Het totale vetgehalte van deze dieren is daarom veel hoger dan dat van hun wilde soortgenoten. Het totale vetgehalte ligt bij dieren in de intensieve veeteelt zo rond de 28% terwijl dit bij ‘wild’ slechts rond de 6% is. Daarnaast is het onverzadigde vetgehalte bij wilde dieren hoog; zo’n 30% tegenover 2% bij de tegenwoordige landbouwdieren. Dit komt door de grote hoeveelheid granen die wij ze voeren. Transvetzuren hebben terecht een slechte naam. We moeten dan wel een onderscheid maken tussen industriële transvetten (gedeeltelijk gehydrogeneerde plantaardige oliën) en natuurlijke transvetzuren. De laatste komen in kleine hoeveelheden voor in boter en andere melkproducten en zijn in kleine hoeveelheden niet schadelijk. Ze worden door micro-organismen in de maag van herkauwers geproduceerd.

Er is geen plausibel mechanisme waaruit verklaart kan worden dat serum cholesterol mensen dood, maar we besteden wel ons geld en tijd aan dit gegeven.
Voldoende dierlijke vetten (niet per definitie vlees van zoogdieren) consumeren is een eerste voorwaarde om voldoende cholesterol binnen te krijgen. Veel onderzoeken laten zien dat voldoende verzadigd vet mensen langer laten leven. We moeten constateren dat het consumeren van teveel plantaardige oliën (b.v. margarines) in het bijzonder voor vrouwen negatief kan uitpakken. Vrouwen hebben meer cholesterol nodig dan mannen. Dit heeft te maken met kinderen krijgen en borstvoeding geven.

Hoog cholesterol en verzadigde vetten zijn schietschijven van de farmaceutische en voedingsindustrie als het om ons hart gaat. Veel onderzoeken ondersteunen deze visie niet. Een voorbeeld hiervan is de WHO, de wereld gezondheidsorganisatie welke onderzoeken publiceerde van verschillende landen waar geen correlatie aanwezig was tussen cholesterol gehalte en het aantal hartaanvallen.

  • Zo heeft Zwitserland het hoogste percentage mensen met ‘hoog’ cholesterol. Meer dan de helft van de bevolking heeft een cholesterol boven 6,5 mmol/1. Echter Zwitserland heeft één van de laagste overlijdenscijfers door hartaanvallen.
  • Engeland heeft één van de hoogste cijfers wat betreft hartaanvallen in de wereld, terwijl de gemiddelde cholesterol gehaltes in de UK beneden het Europese gemiddelde cholesterol gehaltes in de UK beneden het Europese gemiddelde liggen.
  • In U.S.A., Australië, Engeland en Nieuw Zeeland hebben mensen dezelfde cholesterol gehaltes of ze nu wel of geen hartaanval hebben gehad.

Overlijden door hart- en vaatziekten is vooral gerelateerd aan Omega 6 (plantaardige oliën). Hoe meer consumptie van Omega 6 des te meer overlijden aan hart en vaatziekten.

Weinig Omega-6 Japan: 50 doden per 100.000 / Mediterrane landen: 90 doden per 100.000
Veel Omega-6 U.S.A.: 200 doden per 100.000

LDL (Lage Dichtheid Lipoproteïnen)

Omdat cholesterol niet oplost in water moet het vervoert worden door lipoproteïnen. Er zijn verschillende typen van lipoproteïnen de 2 meest voorkomende zijn LDL en HDL. De belangrijkste functie van LDL is om cholesterol te transporteren van de lever naar de verschillende weefsels. HDL transporteert ‘oud’ cholesterol naar de lever voor ‘recycling’ of uitscheiding. Er zijn duidelijke aanwijzingen dat een zeer hoog cholesterolgehalte te maken heeft met LDL resistentie. Dit zou betekenen dat er onvoldoende cholesterol in de cel en mitochondria aanwezig is.
Resistentie in ons lichaam is het fenomeen van teveel. We zien dit terug bij insuline resistentie (teveel koolhydraten) en cortisol-resistentie (teveel stress). Verhoging van cholesterol is eenzelfde fenomeen. Hierbij ontstaat vooral resistentie voor LDL-cholesterol welke cholesterol de cel in moet sluizen. Bij zowel een laag als een hoog cholesterol kan de situatie dus ontstaan dat de cel in het bijzonder de mitochondria te weinig cholesterol krijgt aangeboden. De eerste stap in de aanmaak van steroïdhormonen begint in de mitochondria van de cel waar cholesterol wordt omgezet naar pregnenolon. Van daar uit vinden in andere gedeeltes van de cel de omzettingen naar de volgende steroïdhormonen plaats.
Er zijn maar weinig goed opgezette langdurige onderzoeken te vinden waarbij onomstotelijk is vast komen te staan dat een laag LDL cardiovasculaire aandoeningen kan voorkomen of een langer leven geeft. Er zijn wel aanwijzingen dat ontstekingen en geoxideerd LDL een negatieve rol kunnen spelen. De volgende fysiologische condities kunnen meewerken aan ontstekingen en een snellere oxidatie van LDL:

  • Teveel Omega 6 (plantaardige oliën)
  • Slechte bloedsuikerregulatie
  • Hoog homocysteïne
  • Hoge ijzer niveaus
  • Stress
  • Microbiële infectie
  • Roken
  • Te grote inname van geraffineerde koolhydraten
  • Weinig antioxidanten

Een belangrijke andere functie van LDL is het neutraliseren van bacteriën, virussen en toxinen. Laag LDL-cholesterol is een risicofactor voor alle soorten infectieziekten en ontstekingen.

HDL (Hoge Dichtheid Lipoproteïnen)
De gehele cholesterol hypothese van ‘Big Pharma’ heeft recentelijk weer een knauw gekregen. Een onderzoek, welke in mei 2012 in de Lancet werd gepubliceerd laat zien dat het ‘goede’ cholesterol HDL geen relatie heeft met hartziekten. Er werd altijd gedacht, hoe meer HDL in het bloed des te beter voor je gezondheid. Dit onderzoek vergeleek mensen met een genetisch hoog HDL cholesterol met mensen welke genetisch lagere waardes van HDL hadden. Er was geen verschil in hartziektes en overlijden tussen de 2 groepen. HDL gaf dus geen protectie tegen hartziekte.

Vrouwen

Het beste bewijs voor het feit dat cholesterol geen beslissende rol speelt in hartziekten is het feit dat vrouwen na de menopauze (ca. 51 jaar) de mannen in aantallen gaan inhalen wat hartziekten betreft. Het is zelfs zo dat boven 65 jaar er meer vrouwen dan mannen met hartziekten te maken hebben. Er zijn geen aanwijzingen voor een grote verandering in het cholesterol-metabolisme. Waar heeft het dan wel mee te maken?
Dit kan te maken hebben met het feit dat de reproductietijd van de vrouw voorbij is, echter zo beoordeeld de natuur haar niet. Er zijn voor de natuur drie hormonale periodes in het leven van de vrouw. (afgezien van groei)

1. Vruchtbaar Ritmisch Oestrogeen en Progesteron
2. Zwangerschap Hoog Oestrogeen en Progesteron
3. Borstvoedingsperiode Laag Oestrogeen en Progesteron

Deze laatste periode (laag oestrogeen en progesteron) wordt ook in de (peri)menopauze van de vrouw bereikt. Aangezien de natuur niet bekend is met menopauze, start het dezelfde procedure als in de borstvoeding periode. (De natuur denkt dat de vrouw een kind heeft gekregen).

Een van de elementen in deze periode is het feit dat er meer (lichaam) vet van moeder naar het bloed wordt getransporteerd om via de borstvoeding aan de baby te geven, waar het o.a. als basismateriaal moet dienen voor de hersenen. Echter er is geen borstvoeding. Deze verandering van de bloedvetten is de voornaamste reden voor het feit dat de belangrijkste doodsoorzaak bij vrouwen na het 50e jaar hartziekten zijn.

Om de kans op hartziekten te verkleinen kunnen de o.a. volgende maatregelen genomen worden:

  • Weinig of geen geraffineerde koolhydraten
  • Weinig Omega 6 (plantaardige oliën)
  • Meer Omega 3 vetzuren
  • Geen kunstmatige namaakhormonen gebruiken in de vruchtbare periode
  • Stress controle
  • Vanaf perimenopauze extra voedingsstoffen zoals vitamine A, D of Multi vitamineralen gebruiken, niet hoog
  • Vanaf perimenopauze 17- beta- Oestradiol en Progesteron in ritme met zon en maan
  • (Zorgen voor een goede zwangerschap en een gezond kind met een gezond gewicht)

Richtlijnen bloedwaardes:

Vrouw:

Normaal: 4-8 mmol/l       LDL: 3.0 – 4.5 mmol/1     HDL: boven 1 mmol/l
Ideaal: 5-7 mmol/1
Boven 65 jaar: 6-9 mmol/1

Man:

Normaal: 4-7 mmol/l       LDL: 3.0 – 4.0 mmol/1     HDL boven: 1 mmol/1
Ideaal: 4-6.5 mmol/l
Boven 65 jaar: 5-8 mmol/1

Omrekentabel van mmol/l naar mg/dl:
Cholesterol: 4 = 154     5 = 193    6 = 232    7 = 270    8 = 309     9 = 348

LDL: 3 = 116 3.5 = 135 4 = 154 4.5 = 174
HDL: 1 = 39

Betere markers in het lichaam voor preventie van hart en vaatziekten zijn:

  • hs CRP (high sensitive C-reactive proteïn)
  • Triglyceriden
  • Fibrinogeen
  • Obesitas

Hormonen:

Bij lage waardes van deze hormonen neemt de kans op hart en vaatziekten toe: Oestradiol(vrouw) – DHEA-S – T3,T4 – Vrij testosteron(man)
Bij hoge waardes van deze hormonen neemt de kans op hart en vaatziekten toe: Cortisol – TSH

De drempel van ‘hoog’ cholesterol is door de jaren heen steeds verlaagd. Daardoor kunnen weer duizenden mensen meer aan statines worden gezet. Hier is geen wetenschappelijke onderbouwing voor.

Conclusie

Cholesterol en LDL en HDL zijn geen betrouwbare markers voor hart en vaatziekten, en het is dus niet nodig om deze zo laag mogelijk te krijgen of te houden.
Laag cholesterol daarentegen is een goede voorspeller van verschillende ziektebeelden.
In het algemeen kunnen we stellen dat bij slanke mensen het cholesterol gemiddeld lager is dan bij mensen met overgewicht, echter dit is geen automatisch gegeven .
Laag cholesterol kan in de baarmoeder ontstaan of genetisch zijn, vaak zien we daarbij ook een lage bloeddruk en lage bloedsuiker, dit is het spiegelbeeld van het metabool syndroom waar de waardes juist te hoog zijn. Laag cholesterol is vaak van jongs af aan aanwezig, maar gaat pas later in het leven problemen geven. Deze cholesterol is vaak moeilijk te verhogen.

Ook kunnen de problemen liggen bij de productie van cholesterol in de lever. Bij laag cholesterol is het verstandig om meer dierlijke vetten te consumeren en weinig plantaardige oliën.
In het bijzonder vrouwen met een beduidend langere ringvinger dan wijsvinger moeten op lage cholesterolwaardes letten.
Het is belangrijk om de steroïdhormonen zoals cortisol, oestradiol, progesteron, pregnenolon, DHEA en vitamine D in de gaten te houden bij een laag (LDL) cholesterol. Deze hormonen zijn alle afhankelijk van voldoende cholesterol.
Het verhogen van cholesterol is moeilijker dan het verlagen van cholesterol.

Meer lezen o.a.:

  • Low cholesterol leads to early death – Evans ISBN:9781781487815
  • Ignore the awkward – Uffe Ravnskov Md,Ph.D ISBN:1453759409
  • The myth of cholesterol – Dugliss ISBN:9781452445656
  • The great cholesterol con – M.Kendrick
  • thincs.org
  • ravnskov.nu

 

Een beetje kennis is “levensgevaarlijk”