Foetale programmering

Foetale programmering

Hoe het leven in de baarmoeder bepalend is voor de rest van je leven.


Inhoud


Iedereen kent in zijn omgeving wel mensen welke, ondanks dat ze een voorbeeldige “gezonde leefstijl” hebben, verhoudingsgewijs snel aandoeningen of ziektes krijgen. Daarnaast zijn er ook mensen welke er een ‘ongezonde leefstijl’ op na houden en door het leven gaan zonder al te veel klachten. Vaak wordt aangegeven dat genen hiervoor verantwoordelijk zouden zijn.

Genen zijn echter niet het antwoord. Foetale programmering zou echter wel eens het antwoord kunnen zijn.

Er is nog altijd een discussie gaande welke elementen aan ons voornamelijk genetisch zijn aan ons of welke plastisch zijn en dus door onze omgeving kunnen worden beïnvloed. Er is echter zich ook een nieuwe dimensie in onze kennis aan het ontwikkelen, namelijk dat de interacties tussen genen en omgeving zeer vroeg in het leven (embryo/foetus) een voorspellende rol spelen voor het leven na de geboorte. Het wordt ook wel foetale programmering genoemd. Cluckman en Hanson hebben de foetale programmering een naam gegeven namelijk VAR (Voorspelbare Adaptieve Respons).De belangrijkste conclusie daarin is dat omgevingsfactoren in de baarmoeder b.v. voeding, stress, roken bij de embryo-foetus een voorspelbare reactie veroorzaken op de te verwachten toekomstige omgeving.

De foetus bereidt zich voor op het leven op basis van berichten welke hij/zij van zijn moeder ontvangt

Foetale Programmering (FP)

Om het ontstaan van ziekte beter te begrijpen is het belangrijk om bij de conceptie te beginnen.

Programmering kan omschreven worden als een permanent of lange termijn verandering in structuur of functie van een organisme door een stimuli, een tekort of beschadiging, veroorzaakt in een kritische periode van het jonge leven.
Alles wat gebeurt in de 9 maanden zwangerschap heeft een permanent effect op onze gezondheid inclusief het verouderingsproces.
Spiercellen, hersencellen, eilandjes van Langerhans cellen, hartcellen, niercellen, vetcellen, eitjes bij de vrouw, de aantallen waar we het in het leven mee moeten doen staan voor een groot gedeelte bij de geboorte vast.

De voorspelbare adaptieve respons(VAR) heeft zich evolutionair ontwikkeld als een mechanisme om op korte termijn te laten overleven op een zeer kosten effectieve manier.

Het menselijk lichaam is het resultaat van aanpassingen welke zich ontwikkeld hebben in het voorouderlijke milieu.

De theorie van VAR zoals beschreven door Cluckman en Hanson heeft de volgende karakteristieken.

  1. De Voorspelbare Adaptieve Respons(VAR) wordt veroorzaakt door omgevingsfactoren in het begin van het leven pre- embryo/embryo/foetus niet als een fysiologische aanpassing, maar als een voorspelbare reactie op de te verwachten toekomstige omgeving.
  2. Ze worden manifest in de permanente verandering in fysiologie of structuur van het organisme (de mens).
  3. Er zijn verschillende wegen naar het installeren van deze reacties, inhoudend verschillende omgevingsfactoren op verschillende momenten van de ontwikkeling.
  4. De installatie van VAR moet een overlevingsvoordeel geven in de voorspelde reproductieve omgeving. Als dit zo is leidt dit tot grotere vitaliteit. Echter als de door VAR voorspelbare omgeving niet klopt en dat er bepaalde grenzen overschreden worden leidt dit tot ziekte.

In het kort samengevat vanuit de Evocircadian code:

  • Energie is duur
  • Reproductie is altijd het doel
  • Door aanpassingen in de beginperiode (foetus) kan de foetus overleven en reproduceren.
  • Er ontstaat een ‘mismatch’ als de foetus denkt in een wereld van “armoe” (voeding) terecht te komen en het blijkt een wereld van “veel” te zijn. Chronische ziektes en aandoeningen kunnen op deze manier makkelijk ontstaan
  • Bij de foetus worden bepaalde (hormonale) structuren vastgelegd. Dit betekent dat deze in het leven moeilijk te veranderen zijn. Zolang het lichaam echter de sekshormonen produceert kunnen ziektes, klachten en aandoeningen nog meevallen, als deze echter in hoeveelheid naar beneden gaan (b.v. als de reproductietijd voorbij is) dan kunnen ziektes manifest worden.

De volgende elementen kunnen tijdens de zwangerschap zorgen voor foute foetale programmering:

  • Slechte voeding van moeder, zowel te weinig als teveel.
  • Slechte nutriëntenstatus, ook voor de zwangerschap.
  • Infecties
  • Ontstekingen
  • Ziekte van moeder
  • Zwangerschapsvergiftiging
  • Zwangerschapsdiabetes
  • Roken, alcoholgebruik
  • Medicijngebruik
  • Placenta problemen
  • Stress van moeder

Door de aanpassingsrespons welke tijdens de zwangerschap plaatsvindt kunnen bepaalde fysiologisch/biochemische aspecten zijn beïnvloed welke in het leven moeilijk te veranderen zullen zijn, hier toe behoren:

  • De hypothalamus, hypofyse, bijnier as
  • Voedselvoorkeur en eetlust
  • Verminderde hoeveelheid skeletspieren (hierdoor wordt insuline-resistentie bevorderd)
  • Centrale vet opslag
  • Kleinere organen en bloedvaten (Hart en hersenen worden ontzien)
  • Verminderde doorbloeding in sommige in sommige weefsels.

Het lijkt erop dat de embryo-foetus in de baarmoeder zichzelf leert hoe zijn leven daarbuiten na de geboorte eruit zal zien. De moeder leert de embryo/foetus hoe haar wereld is en dat dit ook de wereld wordt van de baby, kleuter, kind, puber, volwassene, oudere.
Er is een duidelijke relatie tussen foetale ervaring tijdens de zwangerschap en het groeipatroon van het kind na de zwangerschap. Als een kind in een veel rijkere omgeving terechtkomt als dat de foetus verwacht dan ontstaat er een sterke inhaal groei .Degenen welke het snelst na de geboorte groeien in gewicht en in het bijzonder vanaf het 2e jaar tot het 9e jaar hebben later een beduidend grotere kans op overgewicht en andere verwante ziektes als diabetes, alzheimer e.d.
Na de geboorte heeft deze foetus een voordeel in een weinig-voedsel omgeving omdat het energie spaart door verminderde groei. Het zorgt ervoor dat de energie van groei verplaatst wordt naar de centrale vetopslag. Dit (feno)type is uitermate geschikt voor een omgeving waarin het voedsel niet iedere dag voor handen is zoals het jager-verzamelaar bestaan.
Hier is een duidelijke overeenkomst met de bult van de kameel. Bij de mens is de buik het centrale vet depot, terwijl bij de kameel de bult de centrale vetopslag is. Dit toont aan dat beiden ‘episodische voedsel verzamelaars ‘ waren met andere woorden deze zoogdieren hebben altijd geleefd in een omgeving waarin niet zeker was dat je de volgende dag wel te eten had.

Grotere kans op chronische ziekten hebben:

  • Baby’s welke te vroeg geboren worden
  • Baby’s welke klein geboren worden
  • Baby’s welke met een te laag lichaamsgewicht geboren worden
  • Baby’s welke met een te hoog lichaamsgewicht geboren worden (>4200gram)
  • Baby’s van moeder welke zwangerschapsdiabetes hadden
  • Baby’s van moeders met (zwangerschapsvergiftiging)
  • Baby’s van moeders welke op late leeftijd hun kinderen krijgen
  • Baby’s van moeders die roken of redelijk wat alcohol nuttigen tijdens de zwangerschap
  • Eerstgeborene
  • Laag opgeleiden, lage socio-economische status

De volgende aandoeningen laten in onderzoeken een duidelijke relatie laten zien met foetale programmering:

Overgewicht, obesitas Diabetes type 2
Hart en vaatziekten Hoge bloeddruk
Metabool syndroom P.C.O.S.
Longproblemen Fybromyalgie
Depressie Schizofrenie
Kanker Autisme
ADHD Epilepsie
Visuele problemen Allergieën

Het is belangrijk aan te geven dat baby’s welke met ondergewicht of klein geboren worden niet automatisch met ziektes te maken krijgen. Maar het zorgt er wel voor dat het individu in het leven een beduidend groter risico loopt op obesitas, diabetes, hart en vaatziekten en andere ziektes in een overdadige voedselomgeving met laag energiegebruik. Je zou kunnen zeggen dat juist deze mensen alles uit de kast moeten halen om gezond te blijven.

Gezonde zwangerschappen geven gezonde kinderen en volwassenen. Net zoals ongezonde zwangerschappen ongezonde kinderen en volwassenen geven, zelfs als het leefmilieu, voeding en omgeving na de geboorte optimaal zijn.

Terug naar begin

Onderzoeken

De laatste 20 jaar is er een enorme hoeveelheid onderzoeken vrij gekomen waaruit blijkt dat de biologie van een persoon in het leven sterk beïnvloed wordt door wat er gebeurd met de embryo/foetus tijdens de 9 maanden zwangerschap.

Het is in het bijzonder het werk van David Barker uit Engeland wat tot het inzicht van de foetale programmering is gaan leiden. Verschillende onderzoeken passeren hier de revue:

  • Onderzoek van David Barker liet als één van de eerste zien dat ziektes een duidelijke link hebben met de ontwikkeling van de foetus. In Hertfordshire Engeland, is sinds 1911 het geboortegewicht en het gewicht van de baby na 1 jaar geregistreerd. Bij 5654 mannen, met een laag geboorte gewicht werd daarbij een 3 maal zo hoog percentage gezien welke aan hartziekten overleden op volwassen leeftijd t.o.v. baby’s met een normaal gewicht. Een bevestiging van de eerste aanwijzingen van foetale programmering kwam wat later ook uit Engeland. Laag geboortegewicht ,in combinatie met een hoog gewicht van de placenta, werd in verband gebracht met de ontwikkeling van hoge bloeddruk en verhoogd fibrinogeen op volwassen leeftijd.
  • Barker vergeleek ook de Nederlandse moeders uit de hongerwinter met hun tekorten , waarvan het geboortegewicht beneden 6,5 pond was. Deze baby’s kregen als volwassene beduidend meer chronische ziekten als diabetes, nier en hartziekten dan mensen van voor of na de hongerwinter. (2 tot 3 maal zoveel)
  • Een andere onderzoeker Dr. Almond van Columbia Universiteit was zeer kritisch over de studies van David Barker. Hij zette zijn eigen studie op en keek in het bijzonder naar rijk, arm, opleiding etc. Almond vergeleek de Nederlandse hongerwinter populatie met de griep epidemie in de USA tussen oktober 1918 en januari 1919 welke een effect had op één derde van de zwangere vrouwen in het land. Hij vergeleek de baby’s van moeders in Nederland en USA welke ondervoed waren, met moeders van baby’s welke niet te maken hadden met ondervoeding. Almond vond tot zijn eigen verbazing hetzelfde patroon bij de Amerikanen als bij de Nederlanders.
  • Dr. David Barker en zijn team van Southampton Universiteit in Engeland ontdekten ook de correlatie tussen de slechte voedingsstaat van moeder tijdens de zwangerschap en het ontwikkelen als volwassenen van hart en vaatziekten in de 80er jaren van de vorige eeuw. Barker vond in zijn onderzoeken in Engeland en Wales dat als het geboorte gewicht beneden 5 ½ pond lag dat men 50% grotere kans had om aan een hartziekte te overlijden dan bij een geboortegewicht van 9 ½ pond. Ook vond hij dat baby’s welke het leven begonnen met een laag geboortegewicht en het eerste jaar klein bleven maar vanaf hun 2e jaar sterk in gewicht toenamen in het bijzonder gevoelig waren voor ziektes als diabetes 2, hoge bloeddruk en hart en vaatziekten.
  • In een ander onderzoek in Southampton onder vrouwen met een lager opleidingsniveau bleek 50% voor de conceptie een zeer slecht voedingspatroon te hebben.
  • Bewijs voor de relatie tussen foetale programmering en depressie komt van een groot aantal onderzoeken. De eerste komt uit een onderzoek in Hertfordshire U.K. waar een studie laat zien dat er een duidelijke overeenkomst is tussen zelfmoord plegen en laag geboortegewicht. Zelfmoord en depressie zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.
    Onderzoeken van de Nederlandse hongerwinter ’44-45 geven aan dat de foetale ondervoeding in het 2e trimester gelinkt was aan meer ziekenhuis opname voor depressie.In een andere studie van 200 vrouwen 4 tot 6 weken na de geboorte kwam naar voren dat depressieve vrouwen significante kleinere baby´s hadden. Een volgende studie in Goa, India onder 270 vrouwen liet zien dat vrouwen welke in het 3e trimester depressief waren een beduidend grotere kans hadden op baby´s met een laag geboortegewicht en een studie onder 681 vrouwen laat zien dat spontane vroeggeboorte twee maal zoveel bij de depressieve vrouwen voorkwam dan bij niet depressieve vrouwen.
  • Stress van moeder tijdens de zwangerschap geeft een grotere kans op schizofrenie, autisme, angst en depressie. Een studie uit 2002 met meer dan 7000 moeders in Engeland had als uitkomst dat moeders met serieuze stress een twee maal grotere kans hadden op kinderen met gedragsproblemen, depressie en angst dan vrouwen welke niet gestrest waren.
  • Om het basisprincipe FP beter te begrijpen kunnen we kijken naar een onderzoek welke gedaan is in Gambia.
    In Gambia, West-Afrika is een consistent patroon in het weerbeeld dit betekent dat er een zogenaamd honger seizoen is en een oogstseizoen. Zwangere vrouwen leven in het honger seizoen op minder dan1400 calorieën/dag. Maar als het oogstseizoen komt is dit 1800 calorieën/dag of meer voor vele maanden. Kinderen worden in beide seizoenen geboren. Veel kinderen gaan dood voor hun 5e jaar, echter in tegenstelling tot wat men dacht waren hier geen verschillen aantoonbaar tussen de 2 seizoenen wat betreft overlijden. Echter rond 20 jarige leeftijd begint dit te veranderen. Degene die in het hongerseizoen zijn geboren beginnen er meer ‘breekbaar’ uit te zien en gaan eerder dood aan verschillende ziektes dan degenen welke geboren zijn in het oogst seizoen. Met het ouder worden, worden de verschillen steeds groter, zelfs zo groot dat de gemiddelde levensverwachting van diegene welke geboren zijn in het oogstseizoen 15 jaar langer is dan degene welke geboren in het hongerseizoen.
    We zien in dit onderzoek dat ondervoeding in de zwangerschap niet in het begin tot problemen leidt ,maar later in het leven.

Veel chronische aandoeningen ontstaan omdat de prognose vanuit de baarmoeder fout is. Deze aandoeningen ontstaan vaak op het moment dat de reproductietijd voorbij is.(Als de werkzaamheid van de sekshormonen oestradiol, progesteron of testosteron afneemt).

Terug naar begin

Vroeggeboorte en laag geboortegewicht

Kinderen welke klein geboren worden en een snelle toename van gewicht hebben in de eerste 9 jaar van hun leven hebben in het latere leven een beduidend grotere kans op overgewicht, diabetes, hart en vaatziekten, dementie en alzheimer. Geboortegewicht en voeding na de geboorte hebben verder ook een relatie met cholesterol niveaus en de start van de menstruatie.( menarch).

De effecten van baby’s met laag geboortegewicht zijn niet triviaal. Onderzoek onder Engelse baby’s laat zien dat een geboortegewicht lager dan 3 kilo een 5 maal grotere kans geeft op diabetes type 2 later in het volwassen leven ten opzichte van een geboortegewicht van meer dan 3 kilo. Een ander onderzoek in Zweden laat zelfs zien dat bij een geboortegewicht lager dan 3kilo de kans om diabetes type 2 op te lopen 10 maal groter is.

Moeders welke zelf te vroeg geboren werden hadden een beduidend kleiner kans om zelf kinderen te krijgen, of als ze wel kinderen kregen, hadden deze weer kinderen welke zelf te vroeg geboren werden.

Als een kind te vroeg geboren wordt is de kans aanzienlijk groter dat het later moeite krijgt met complexe taalbeheersing. (Onderzoek Erasmus Medisch Centrum Rotterdam) Ook hebben ze een lager I.Q.

Laag geboortegewicht betekent kleiner organen en bloedvaten. Hersenen en hart worden het meest ontzien.

Uit informatie van de Nederlandse hongerwinter 1944-45 kan worden opgemaakt dat meisjes welke in de eerste trimester de zwangerschap in de baarmoeder ondervoed waren, wel met een normaal gewicht geboren werden. Maar als volwassenen vaak baby’s voort brachten welke kleiner dan normaal waren. Verder onderzoek laat zien dat meisjes welke klein geboren worden of met ondergewicht een kleine baarmoeder hebben. Dit heeft weer consequenties voor de volgende generatie baby’s.

Bij vroeggeboorte kunnen makkelijk longproblemen ontstaan omdat de longen in het laatste trimester pas voltooid worden. Foetussen met een groot risico van vroeggeboorte worden behandeld met cortisol om de longontwikkeling te promoten. Longproblemen zijn één van de grootste problemen bij vroeggeboorte. Echter dit heeft consequenties voor stress-as in het leven en een grotere kans op o.a. hart en vaatziekten, diabetes en een korter leven. Longproblemen kunnen makkelijk tot luchtwegklachten leiden. Luchtwegklachten worden dus vaak bij de geboorte al bepaald. Kinderen welke geboren worden met nauwere luchtwegen hebben in hun eerste levensjaar veel vaker klachten van hoesten en piepende ademhaling. De aanleg van de longen tijdens de zwangerschap is van zeer grote invloed op latere leeftijd op het ontwikkelen van chronische longziekten als astma en COPD. Jongens hebben bij de geboorte nauwere luchtwegen dan meisjes.

Onze prenatale geneeskunde welke te vroeggeboren levensvatbare kinderen (25 weken of meer) in leven tracht te houden en daar vaak heel knap in slaagt, is onbedoeld mede verantwoordelijk voor veel chronische aandoeningen.

Terug naar begin

Bovennormaal geboortegewicht

Langzame groei in de eerste maanden na de geboorte van baby’s met boven normaal geboorte gewicht hebben in het latere leven een beduidend grotere kans op diabetes en overgewicht. Dit is precies tegengesteld aan baby’s met een laag geboortegewicht.

Baby´s welke geboren worden met de keizersnede hebben 2 maal zoveel risico op overgewicht als baby´s welke via de natuurlijke weg geboren worden.
(Boston´s Children Hospital onderzoek bij 1255 baby´s 1999-2002)

Moeders welke met de keizersnede bevielen bleken vaker zelf overgewicht te hebben. Ook het geboortegewicht van hun baby was hoger.Het baren van zwaardere baby’s geeft bij moeder wel een 2 maal grotere kans op borstkanker t.o.v. baby’s met een normaal gewicht.

Het ideale geboortegewicht bevindt zich tussen 3500 en 4200 gram. Het geheel heeft een U-vorm, dit wil zeggen dat beneden 3500 gram met afnemend geboortegewicht klachten en ziektes op latere leeftijd kunnen toenemen. Bij een hoger gewicht dan 4200 gram gaat met de toename van het geboortegewicht de kans op latere ziektes ook toenemen.

Terug naar begin

Insulineresistentie-diabetes

Verhoogde insuline concentraties gedurende kritische periodes van de groei van de foetus kan zorgen voor een foute programmering van het neuro- endocriene milieu van de foetus welke gewicht, voedselinname en metabolisme na de geboorte van foetus regelt.

Insuline niveaus stijgen sterk gedurende het 3e trimester van de zwangerschap. De moeders ontwikkelen dan insuline/resistentie (I.R)
I.R. kan voor de moeder tijdens maar in het bijzonder na de zwangerschap grote consequenties hebben. De paradoxale combinatie van insuline hyperproductie en insuline resistentie lijkt niet zinvol. Het is echter de foetus welke hiervoor zorgt door afgifte van placentahormonen om een verhoogde hoeveelheid glucose in de bloedsomloop te krijgen.
Glucose is de belangrijkste energiebron voor de foetus en als de placenta zich eenmaal heeft gevormd gaat deze speciale hormonen maken welke het metabolisme van moeder veranderd. Het helpt haar om meer vet op te gaan slaan en veranderd haar metabolisme om meer vet op te nemen en minder glucose zodat meer suiker naar de foetus kan gaan. Zelfs haar eigen eiwitten opgeslagen in haar spieren kunnen gemobiliseerd worden om de ontwikkelende foetus te helpen groeien. Deze placenta hormonen veranderen het metabolisme van moeder zodat er insuline-resistentie ontstaat. Eigenlijk is het een milde vorm diabetes.

Terug naar begin

Moeders met diabetes hebben een 4 maal hogere kans op baby’s met geboorteafwijkingen.

Als teveel energie(glucose) naar de foetus gaat kan het de foetus stimuleren om meer insuline te maken. Foetale insuline zorgt ervoor dat de ontwikkelende vetcellen zich in aantal vermeerderen. Dus deze baby’s worden geboren met meer vetcellen. En als we in deze moderne wereld meer vetcellen hebben worden ze al vlug vol geladen met vet. Omdat we meer capaciteit hebben om vet op te slaan is het ook makkelijker om obees te worden.
In tegenstelling tot de meeste andere stoffen is er weinig of geen limiet aan de passage van glucose door de placenta. Daar waar andere stoffen sterk gereguleerd worden wat betreft hun passage door de placenta is glucose dat niet.

Baby’s welke klein worden geboren of met een laag lichaamsgewicht hebben een verminderde spiermassa (minder spiercellen) als volwassenen. Deze vermindering van insuline gevoelig weefsel draagt sterk bij aan insulineresistentie. De spiercellen in deze mensen zijn ook nog eens minder gevoelig voor insuline. De skeletspieren is het grootste insuline gevoelige orgaan van het lichaam. De baby’s worden niet met I.R. geboren maar ontwikkelen dit in hun kindertijd.

De bloed-hersenbarriére heeft bij volwassenen een verzadigingstransport voor insuline. Echter gedurende de foetale ontwikkeling is deze bloed- hersenbarrière nog niet voltooid. Gedurende deze periode kunnen bij insuline resistentie hogere insulineniveaus worden waargenomen in b.v. de hypothalamus. Dit heeft consequenties voor het leven na de geboorte van de foetus. Hyperinsulinisme tijdens zwangerschap leidt bij de foetus tot hyperinsulinisme in het leven.

Terug naar begin

Placenta & Nutriënten

De nutritionele status van moeder vormt de placenta en de placenta vormt de organen van de baby, welke klaar moeten zijn bij de geboorte. Hart en hersenen zijn de belangrijkste organen om te overleven hier gaat de eerste energie naar toe als er zich problemen voordoen bij moeder (stress, roken, slechte voeding etc.) Minder groei van het aantal cellen voor lever, nieren en longen kan leiden tot b.v. hoge bloeddruk of een verminderd vermogen om het lichaam te ontgiften. Dit laatste is in het bijzonder van belang voor mensen met overgewicht aangezien deze meer bloed hebben om schoon te maken.

Ook heeft het een effect op andere organen en functies zoals de bloedvaten, alvleesklier en botten. Baby’s met een laag geboorte gewicht of placenta problemen kunnen later in hun leven makkelijker problemen krijgen met hun bloedcirculatie systeem. Deze kunnen makkelijker geblokkeerd raken en b.v. tot een beroerte leiden in het bijzonder als hun sekshormonen verlaagd zijn.

Groei van de foetus wordt voor het grootste gedeelte bepaalt door de hoeveelheid zuurstof, glucose en nutriënten welke het ontvangt. Om verschillende reden kan dit een onbalans geven, wat kan leiden tot hormonale en metabolische aanpassingen. De foetus heeft grote hersenen t.o.v. het lichaam. Dit betekent dat de energie naar het lichaam wordt ´gekort´, terwijl de energie naar de hersenen in stand blijft.

De aanvoerlijn van voedsel (o.a. micro en macronutriënten) naar het embryo/foetus is gecompliceerd. Het wordt o.a. beïnvloed door:

  • Wat de moeder eet en haar verteringsproces
  • Haar reserves in de vorm van haar lichaamscompositie
  • Haar gezondheid
  • Haar energie balans

De nutriënten passeren de placenta welke alles eruit haalt voor zijn eigen overleving. Zo’n 50%-60% van de nutriënten gaan naar de placenta de rest wordt doorgestuurd naar de embryo-foetus. Een slecht functionerende placenta wordt geassocieerd met zwangerschapsvergiftiging, dit is ook de reden dat vertraging van de groei van de embryo/foetus hiermee wordt geassocieerd. Elke foetus is afhankelijk van de placenta en de metabolische en hormonale dialoog ermee voor vraag en aanbod. Stress van moeder heeft een duidelijk effect op de foetus en limiteert de passage van nutriënten door de placenta. De niveaus van stress hormoon cortisol wordt normaal sterk onder controle gehouden. De foetus heeft normaal lage niveaus van cortisol tot aan de geboorte. Baby’s welke vroeg geboren worden hebben niet genoeg cortisol en dit maakt hun overleving riskant. In het bijzonder de longen zijn in het laatste trimester sterk afhankelijk van cortisol.

Als de moeder tekorten heeft aan micronutriënten heeft de embryo- foetus het ook.

Kinderen welke in het 3e trimester aan ondervoeding bloot staan zijn vaak zeer klein bij de geboorte. Maar als ze in de 1e trimester aan ondervoeding bloot staan dan was hun lichaamslengte langer dan het gemiddelde. Dit lijkt op een compensatie mechanisme waarschijnlijk in de placenta.

Terug naar begin

Stress

Van conceptie tot geboorte wordt de embryo/foetus blootgesteld aan een continustroom van chemische signalen. Een prominente rol is daarbij weggelegd voor hormonen welke geassocieerd worden met de stress reactie. Een groeiend aantal onderzoeken laat zien dat stress van moeder in 1 of meer trimesters van de zwangerschap een doordringend, langdurig effect heeft op de ontwikkeling van het zenuwstelsel van de foetus, en daardoor na de geboorte op de fysiologie en gedrag van kind en volwassene.
De hypothalamus, hypofyse, bijnier as(HHB as) heeft bij deze mensen een grotere activiteit en verlengde reactie op stress, ondanks dat er duidelijke verschillen kunnen zijn tussen b.v. man en vrouw geeft het totale plaatje een constante tendens naar hypergevoeligheid van de HHB as (stress as).
Hogere niveaus van stresshormonen betekent een meer onvoorspelbare en gevaarlijke omgeving. Een van de meest voorkomende problematiek bij deze nakomeling is een meer angstig gedrag en verminderde concentratie en aandacht.

In de placenta wordt 50-90% van moeder cortisol geïnactiveerd door het enzym 11-Hydroxysteroïd dehydrogenase type 2 (11-HSD2) voordat het de foetale circulatie bereikt. Dit betekent dat cortisolniveaus in het bloed van de foetus 10-20% zijn van de bloedcirculatie van moeder. De placenta werkt als een filter voor de stress hormonen van moeder.
Dit kan echter veranderen op het moment dat moeder met langduriger stress te maken krijgt. De hogere cortisol niveaus gaan het enzym 11-HSD2 in de placenta tegenwerken, waardoor er meer cortisol in de circulatie van de foetus terechtkomt. Dit betekent dat bij hoge cortisol niveaus de foetus meteen zijn receptoren voor cortisol begint te verlagen zodat zijn cellen beschermt zijn tegen dit hoog cortisol. Als deze verlaging van cortisol receptoren bij de geboorte nog aan de orde is dan heeft dit consequenties voor het leven.
Glycyrrhizine, de belangrijke zoet smakende component van zoethout gaat de werking van het enzym 11B-HSD ook tegen. Hoog drop gebruik en zoethout thee moet dus tijdens de zwangerschap ontraden worden.

Het risico op een chronische aandoening bij een kind van een moeder met zwangerschapsstress is 5 maal zo hoog ten opzichte van een kind waarvan de moeder tijdens de zwangerschap weinig of geen stress heeft ervaren. Astma, infecties van maag-darm en hersen gerelateerde problemen zijn het meest voorkomend.

Moeders welke ernstige stress ervaren, hebben een kortere zwangerschap. Het is in het bijzonder ernstige stress in het eerste trimester welke tot vroeggeboorte leidt. Het lijkt erop dat het tempo van de groei in dit trimester wordt bepaald.
Prenatale stress is in het algemeen gecorreleerd met meer sociale en emotionele problemen in de kindertijd van de geborene en beduidend meer ADHD in kinderen tussen 4 en 15 jarige leeftijd. In een onderzoek in de Ohio University in USA werden de zwangerschap geschiedenis van 188 vrouwen met autistische kinderen vergeleken met 212 vrouwen met ‘normale’ kinderen. De moeders met autistische kinderen hadden in het algemeen twee maal zo’n hoge stress niveaus in hun zwangerschap ervaren. Belangrijke stressoren waren:

  • Dood van een naaste
  • Verlies van werk in de familie
  • Lange afstand verhuizing

De blootstelling van de foetus aan stresshormonen is een combinatie van 3 factoren.

  • De hoeveelheid stressoren welke op moeder inwerkt
  • Moeders gevoeligheid voor stressoren
  • De hoeveelheid stresshormonen welke het lukt de placenta te

Koffie in het bijzonder cafeïne heeft een werking op HHB as. Voor veel mensen kan een beperkt aantal koppen koffie per dag een ondersteuning zijn voor hun gezondheid. Echter voor mensen welke geboren worden met een hyperactieve HHB-as is het beste advies om geen koffie te gebruiken aangezien koffie deze as alleen maar actiever maakt.

Door blootstelling aan stress in de zwangerschap kunnen de volgende klachten in het leven voor komen:

  • Angst
  • Impulsiviteit
  • Verminderde aandacht
  • Agressiviteit
  • Meer risico nemen
  • Minder verantwoordelijkheid
  • Verminderd cognitief vermogen

Daarnaast bestaat er een hoger risico op: Autisme, Schizofrenie, ADD/ADHD.

Er lijkt een uitwisseling van energie tijdens de zwangerschap te ontstaan tussen cortisol en testosteron. Minder cortisol receptoren leidt tot meer testosteron en testosteron receptoren, deze laatste blijven in het leven behouden.
Niet alleen stress hormonen zoals cortisol zijn betrokken bij de lange termijn effecten die het heeft op de foetus, ook de blootstelling aan seks hormonen oestrogeen en testosteron in de foetale periode heeft een grote fysieke en gedrag- consequenties voor het latere leven buiten de baarmoeder.

De seksuele differentiatie van het reproductieve systeem begint rond de 8e week van de zwangerschap. Bepalend daarvoor is de androgeenhoeveelheid in het bijzonder testosteron. De genitaliën worden vanaf de 8e week gevormd.
De hoeveelheid testosteron bepaald of ze man typisch of vrouw typisch worden. Hoog testosteron geeft o.a. penis en scrotum en laag testosteron geeft de clitoris en de labia (een kleine penis). Sekshormonen spelen ook een belangrijke rol bij de ontwikkeling van de interne structuren in het bijzonder de hersenen. Rond de 13e week is het ontwikkelingsproces voltooid. Een leidraad voor de blootstelling aan testosteron zijn de ring en wijsvinger. Een langere ringvinger wijst in de richting van een hogere prenatale blootstelling aan testosteron.

Langdurige klachten van het centraal zenuwstelsel zoals b.v. migraine tijdens de cyclus bij vrouwen, worden vaak al tijdens de zwangerschap bepaald. In het bijzonder is testosteron hierbij betrokken. De migraine begint dan ook vaak rond de start van de menstruatie en verdwijnt vaak in zijn geheel tijdens of na de menopauze.

Milde schildklier en bijnierproblemen bij de vrouw in het eerste trimester van de zwangerschap kunnen serieuze complicaties geven. De voornaamste zijn: miskraam, vroeggeboorte, laag geboortegewicht, doodgeboren kind.

Terug naar begin

Vader

Het lijkt erop dat bij vrouwen de meest gevoelige periode van haar kinderen in de zwangerschap ligt. Bij mannen lijkt de belangrijkste tijd de pro-puberteit periode in de ontwikkeling van sperma. In de kritische fase van de ontwikkeling van eitje en sperma wordt er een omgevingsinformatie, een soort fysieke herinnering, ingeprent in eitje en sperma.
Jongens zijn voor hun puberteit genetisch geïsoleerd omdat ze geen sperma kunnen vormen. Meisjes daarentegen hebben hun eitjes vanaf geboorte. Dit maakt de periode rondom de start van de puberteit bij jongens belangrijk voor epigenetische veranderingen. Als de omgeving epigenetische markers in het y chromosoom gaat ‘inprenten’ wat is dan een betere tijd dan als het sperma zich vormt? Pembrey, Bygren en Folden zijn onderzoekers welke hierover in 2006 in het ‘European Journal of Human Genetics’ publiceerden. Het betrof hier een onderzoek van 14024 vaders, 116 daarvan gaven aan dat ze voor hun 11e jaar al rookten, het moment dat de puberteit begon. Toen men ging kijken naar de kinderen (jongens) van deze vaders bleken de kinderen van de vaders welke voor de puberteit al rookten op 9 jarige leeftijd een beduidend hogere (BM1) lichaamsgewicht te hebben. Dit betekent dat als jongens vroeg voor de puberteit gaan roken hun zonen als deze volwassen zijn in gezondheidsproblemen kunnen brengen doordat ze sneller met overgewicht en andere ziektes te maken kunnen krijgen.
Ook zijn er aanwijzingen dat oudere vaders eerder kinderen krijgen weke gevoeliger zijn voor hersen gerelateerde klachten als autisme en schizofrenie.

Terug naar begin

Leeftijd

Rond 1900 was de gemiddelde leeftijd van moeders waarop hun eerste kind geboren werd 19 jaar, nu ligt dit tussen de 30 en 34 jaar. Hierbij moet nog worden aangetekend dat de eerste menstruatie van de vrouw rond 1900 begon op haar 16e en nu start deze rond haar 12e.
De belangrijkste redenen voor de problemen rondom de foetale programmering zijn:

  • Oudere moeders zijn zelf bijna allemaal zwaarder op oudere dan op jongere leeftijd en zijn daardoor ook eerder insuline-resistent.
  • De eitjes van de moderne moeder zijn bijna 2 maal zo oud zijn als van moeders 100 jaar geleden. De kwaliteit van de eitjes gaat met het ouder worden sterk achteruit. Onvruchtbaarheid is op oudere leeftijd ook altijd een beduidend groter probleem dan op jonge leeftijd.

Nederlandse vrouwen krijgen relatief laat kinderen. Gemiddeld krijgt ze haar eerste kind op 30 jarige leeftijd, bij hoger opgeleide vrouwen is dit 34 jaar. In 1970 was dat 24 jaar. 9% van de geboorten zo’n 16.000 vrouwen bevalt boven 38 jarige leeftijd voor circa 25% daarvan zo’n 4000 vrouwen is dat hun eerste.
Kinderen van moeders van 35 jaar of ouder hebben bij geboorte 30% hogere kans op autisme. Moeders jonger dan 20 zetten het minst vaak een autistisch kind op de wereld.
(Onderzoek Karolinska Instituut Stockholm en Kings College Londen 25.000 kinderen met autisme en 8,6 miljoen controlekinderen)

Bij kinderen met het syndroom van Down is het nog duidelijker, als moeder op 20 jarige leeftijd een kind krijgt dan is de kans hierop 1 op 1667,echter wanneer ze op 40 jarige leeftijd een kind krijgt is dit 1 op 106. Op 49 jarige leeftijd is het zelfs 1 op 11.
Vrouwen ouder dan 35 jaar met een eerste zwangerschap baren vaak baby’s met een lichter geboortegewicht. Dit is een steeds groter wordend probleem aangezien vrouwen steeds vaker op latere leeftijd hun eerste kind krijgen.
Veel vrouwen hebben daar IVF voor nodig. Als ze daarmee al zwanger worden hebben ze een grotere kans op meerlingen. En doordat er een limiet is aan hoeveel voeding en nutriënten die moeder kan leveren kunnen er beperkingen zijn aan de voeding voor twee, drie of vierlingen.

Op oudere leeftijd kinderen krijgen kan niet alleen voor de baby nadeliger zijn, maar ook voor de moeder.
Vrouwen welke op latere leeftijd een kind krijgen hebben een grotere kans op:

  • Zwangerschapsdiabetes en daardoor later op diabetes type 2
  • Miskramen
  • Pre eclampsie (zwangerschapsvergiftiging)
  • Bloedingen
  • Placenta preavia(voorliggende placenta)
  • Hogere risico van hartaanval
  • Meer complicaties bij de zwangerschap
  • Meer doodgeboren baby’s
  • Meer ingrepen bij de bevalling, b.v. keizersnede
  • Meer kans op kind met syndroom van Down
  • Meer kans op een kind met chromosomale abnormaliteit (geestelijke achterstand, vertraagde groei, smal hoofd e.d.)
  • Meer kans op (borst)kanker
  • Meer kans op schildklierproblemen

Terug naar begin

Conclusies

Het promoten en optimaliseren van de gezondheid van de zwangere vrouw en haar embryo/foetus heeft zeer verregaande consequenties voor gezondheid, ziekte en overlijden van het latere leven van haar kind en haarzelf, zoals we gezien hebben.
Enkele aanbevelingen kunnen zijn:

  • Een gezonde wereld begint met gezonde ( jonge)
    De gezondste leeftijd voor de geboorte van het eerste kind, voor zowel moeder als vader ligt tussen 18 en 28 jaar. Dit is niet alleen belangrijk voor de gezondheid van het kind in haar of zijn leven, maar ook voor de verdere gezondheid van moeder. Oudere vader en moeder bij de conceptie betekent een grotere kans op aandoeningen en ziektes voor moeder en kind, later in het leven.
  • Neem voor en in mindere mate tijdens de zwangerschap extra vitamines en mineralen in het bijzonder vitamine D-jodium-Omega 3- foliumzuur-B12. (b.v. Multi+Vitamine D+Omega 3)
  • Optimaliseer de voeding, voldoende koolhydraten, eiwitten en geen geïsoleerde suikers, weinig pasta, brood e.d. (zie Evocircadian voedingsadvies). Geen alcohol, niet roken.
  • Beperk stress, daar waar mogelijk, ook werk kan gezien worden als stress. Het optimaliseren van de werkomgeving is belangrijk. (Vrouwen welke tijdens de zwangerschap 40 uur per week werkten en een staand beroep hadden kregen gemiddeld kleinere baby’s. Onderzoek Erasmus MC Rotterdam)
  • Geef minimaal 1 jaar borstvoeding

Terug naar begin